Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.4.4.2
III.6.4.4.2 Ontbindende potestatieve voorwaarde
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623211:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2000/01, 17213, 6, p. 7 (Nota). Zie ook Van Straaten 2005, p. 21. En voorts F. Schols 2011, nr. 14; Asser/Perrick 2013 (4), nr. 284. Dat de ontbindende voorwaarden met wilsafhankelijke elementen ook in het erfrecht mogelijk zijn, wordt bevestigd door bijvoorbeeld HR 17 januari 1996, ECLI:NL:HR:1996:BI5402, BNB 1996/112 en HR 5 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:BI5838, BNB 1998/8.
Kamerstukken II 2000/01, 17213, 6, p. 7 (Nota).
Asser/Perrick 2013 (4), nr. 284.
Mellema-Kranenburg 2004a, p. 41.
Vgl. paragraaf 4.3.5.
In de parlementaire geschiedenis van Boek 7 BW wordt bevestigd dat zogenoemde ontbindende potestatieve voorwaarden in het vermogensrecht mogelijk zijn.1 Het is zodoende toegestaan om herroepelijk te schenken. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de mogelijkheid tot herroepen slechts bestaat indien deze tussen schenker en begiftigde is overeengekomen.2
Voorts is het in beginsel mogelijk om te bedingen dat de schenking kan worden herroepen door een derde. Bijvoorbeeld een erfgenaam:
‘Het beding [ofwel de ontbindende voorwaarde, toev. NB] dat de schenking door de schenker kan worden herroepen, kan naar inhoud of strekking ook insluiten dat na schenkers dood zijn erfgenamen nog tot herroeping kunnen overgaan. Aldus ook MEIJERS, Ontwerp nieuw BW 1972, p. 901.’3
Zoals ik in paragraaf 2.5.2.2 (onder C, voorbeeld 3) aangaf, merkt Mellema-Kranenburg in dit kader evenwel op dat de erfgenamen de schenking niet onbeperkt kunnen herroepen, omdat dan sprake kan zijn van een verboden wilsdelegatie. Of de schenking wordt herroepen, mag haars inziens niet van de willekeur van de erfgenamen afhangen.4 Mijns inziens impliceert de mogelijkheid om onbeperkt te herroepen niet tevens een willekeurig handelen. Met Mellema-Kranenburg ben ik het evenwel eens dat het herroepen van een schenking niet tot willekeur, van degene die tot herroeping overgaat, mag leiden. Doch mijns inziens houdt art. 6:23 BW hier al rekening mee, door te stellen dat indien de redelijkheid en billijkheid zo verlangen, de voorwaarde als niet vervuld geldt indien de partij die bij de vervulling belang had, deze heeft teweeggebracht. Willekeurig handelen door degene die zich op het herroepingsbeding beroept, wordt anders gezegd door art. 6:23 BW reeds gecorrigeerd.5