Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.4.6
6.8.4.6 Het sanctiesysteem van de subsidietitel van de Awb in perspectief van de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400789:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.8.2.
Zie omtrent het Nederlands vertrouwensbeginsel bijvoorbeeld Ortlep 2011, p. 294 e.v.; De Vos 2011, p. 241 e.v.; Vermeer 2010, p. 91 e.v.; J.E. van den Brink 2010, p. 79 e.v.; Damen 2009; Gorissen 2008, p. 36 e.v.; Bok 2004; Van Meegen 2001; Verheij 1997; Happé 1996 en Nicolaï 1990, p. 360 e.v.
CRvB 18 februari 1975, AB 1976, 243, m.nt. J.St..
HR 12 april 1978, NI 1979, 533, m.nt. M. Scheltema, AB 1979, 262, m.nt. F.H. van der Burg.
Zie bijvoorbeeld CBb 24 oktober 2006, LJN AZ3701, CBb 27 januari 2005, LJN AS5105 waarin contra legem werking niet op voorhand wordt uitgesloten. Zie ook CBb 27 juni 2008, AB 2008, 282, m.nt. R. Ortlep, 113 2008/194 (De Groene Vlieg), waarin het CBb tot het oordeel komt dat een beschikking niet zonder meer ex nunc mag worden ingetrokken ook al was deze in strijd met een Europese richtlijn. Hieraan ligt blijkens r.o. 5.7.1 impliciet het vertrouwensbeginsel ten grondslag. Zie hieromtrent De Vos 2011, p. 267. Zie ook Ortlep 2011, p. 301.
Ortlep 2011, p. 301; De Vos 2011, p. 263 e.v.; J.E. van den Brink 2010, p. 80 e.v.; Van Kreveld 2009; Gorissen 2008, p. 30 e.v.; Polak & Den Ouden 2004, p. 97-98.
Ortlep 2011, p. 302; De Vos 2011, p. 268; J.E. van den Brink 2010, p. 81. Zie bijvoorbeeld ABRvS 18 januari 2006, AB 2006, 187, m.nt. N. Verheij onder AB 2006, 188.
Uit de voorgaande paragrafen volgt dat het sanctiesysteem van de subsidietitel van de Awb ertoe leidt dat subsidies die in strijd met de subsidieregeling zijn verstrekt niet in alle gevallen lager kunnen worden vastgesteld dan wel worden ingetrokken. Op een gegeven moment moet de subsidieontvanger erop kunnen vertrouwen dat op de aan hem verstrekte subsidie door het subsidie-verstrekkende bestuursorgaan niet zal worden teruggekomen. De sanctiebepalingen van de subsidietitel van de Awb geven aldus uitdrukking aan de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen.
Op dit punt kan derhalve een verschil worden geconstateerd met het ongeschreven Europese vertrouwensbeginsel dat is besproken in hoofdstuk 5.1 Op grond van de jurisprudentie van het Hof van Justitie geldt dat handelingen dan wel een praktijk van nationale uitvoeringsorganen die tot gevolg hebben gehad dat in strijd met een duidelijke bepaling van Eu-recht Europese subsidies zijn verstrekt, er niet toe kunnen leiden dat eindontvangers van Europese subsidies met een beroep op het vertrouwensbeginsel deze subsidies mogen behouden. Voorts kan een beroep op het Europese vertrouwensbeginsel door een ontvanger van een Europese subsidie die zich schuldig heeft gemaakt aan een kennelijke schending van de geldende regeling niet worden gehonoreerd. Er bestaat derhalve geen ruimte voor contra legem werking van het Europese vertrouwensbeginsel, zelfs niet indien een eindontvanger te goeder trouw is. Op dit punt wijkt de Europese uitleg van het vertrouwensbeginsel ook af van de Nederlandse uitleg van het ongeschreven vertrouwensbeginsel.2 In de jurisprudentie van de CRvB,3 de Hoge Raad,4 en minder expliciet het CBb,5 komt tot uitdrukking dat contra legem toepassing van het ongeschreven vertrouwensbeginsel in bepaalde gevallen mogelijk is.6 De ABRvS lijkt wel principieel contra-legemwerking van het vertrouwensbeginsel uit te sluiten.7