Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen
Einde inhoudsopgave
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/3.4.0:3.4.0 Introductie
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/3.4.0
3.4.0 Introductie
Documentgegevens:
Mr. T.J. de Graaf, datum 15-05-2006
- Datum
15-05-2006
- Auteur
Mr. T.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS406954:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Huizink (Rechtspersonen), art. 130, aant. 15.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande volgt dat een leverancier zich in het algemeen niet mag beroepen op zijn exoneratie als sprake is van eigen opzet of bewuste roekeloosheid omdat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De vraag rijst wat 'eigen' is in de zin van eigen opzet en bewuste roekeloosheid. Voor de beantwoording van die vraag ga ik er van uit dat de leverancier een rechtspersoon is.
Alvorens deze vraag te beantwoorden zal ik eerst nagaan wanneer, als geen sprake is van een exoneratie, een wanprestatie of onrechtmatige daad van een ondergeschikte van de leverancier als eigen wanprestatie of onrechtmatige daad van de leverancier kan worden aangemerkt. Vervolgens zal ik onderzoeken wanneer, als wel sprake is van een exoneratie, een wanprestatie of onrechtmatige daad van een ondergeschikte van de leverancier als eigen wanprestatie of onrechtmatige daad van die rechtspersoon moet worden aangemerkt. In feite gaat het in beide gevallen (wanprestatie en onrechtmatige daad), hoewel ze bewijsrechtelijk gezien verschillen, om toerekening van gedragingen van een natuurlijk persoon aan een rechtspersoon in de zin van art. 6:74 lid 1 jo. 75 ingeval van wanprestatie en art. 6:162 lid 3 BW ingeval van onrechtmatige daad.1
Het lijkt op het eerste gezicht weinig zin te hebben eerst na te gaan wat rechtens is als geen exoneratie in het spel is. Toch doe ik dat, en wel om de volgende redenen.
Een aansprakelijkheidsbeperking bestaat altijd uit twee delen, een hoofdregel (dat wil zeggen een gedeelte waarin aansprakelijkheid wordt aanvaard, bijvoorbeeld: 'leverancier is aansprakelijk voor schade die direct of indirect verband houdt met deze overeenkomst tot een bedrag van EUR x per jaar') en een uitzondering (dat wil zeggen een gedeelte waarin staat onder welke omstandigheden de aansprakelijkheidsbeperking niet geldt, bijvoorbeeld 'behoudens opzet of bewuste roekeloosheid van de leverancier of diens bedrijfsleiding'). De uitzondering is expliciet bepaald of moet impliciet daaraan worden toegevoegd (zie 3.3).
Als een ondergeschikte van de leverancier schade toebrengt aan de afnemer, kan de afnemer op twee manieren onder de hoofdregel claimen. De eerste mogelijkheid is dat de afnemer bewijst dat de wanprestatie of onrechtmatige daad van de ondergeschikte heeft te gelden als wanprestatie of onrechtmatige daad van de leverancier (toerekening). Deze toerekening onder de hoofdregel van een exoneratie vindt op dezelfde manier plaats als de toerekening in het geval er geen exoneratie in het spel is. De tweede mogelijkheid is dat de afnemer bewijst dat de leverancier voor de wanprestatie of onrechtmatige daad van zijn ondergeschikte ex art. 6:76 respectievelijk 170 BW aansprakelijk is (kwalitatieve aansprakelijkheid).
De reden waarom ik eerst na ga wat rechtens is als geen exoneratie in het spel is, is omdat het feit dat sprake is van een uitzondering, zoals ik hierna zal laten zien, gevolgen heeft voor de toerekening en de kwalitatieve aansprakelijkheid. Als de uitzondering meteen wordt behandeld, dan valt niet meer uit elkaar te houden welke criteria normaliter moeten worden toegepast bij toerekening en kwalitatieve aansprakelijkheid en in hoeverre het uitzonderingskarakter van invloed is op de invulling van deze criteria.