Einde inhoudsopgave
Het EVRM en het materiële omgevingsrecht (SteR nr. 22) 2015/4.3.3.4.5
4.3.3.4.5 Factor 4: Eigen schuld
D.G.J. Sanderink, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
D.G.J. Sanderink
- JCDI
JCDI:ADS446279:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Omgevingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Voetnoten
Voetnoten
Vanzelfsprekend betreft (de in paragraaf 4.3.3.4.3 besproken) factor 2 ook een vorm van eigen schuld. Die vorm van eigen schuld is echter als een aparte factor genoemd, omdat bij die vorm van eigen schuld steeds sprake is van onrechtmatig handelen van degene wiens door het EVRM beschermde belang wordt aangetast. Die vorm van eigen schuld verschilt daarom in een belangrijk opzicht van de in deze paragraaf (paragraaf 4.3.3.4.5) besproken vormen van eigen schuld, omdat bij de in deze paragraaf besproken vormen geen sprake hoeft te zijn van onrechtmatig handelen van degene wiens belang wordt aangetast.
Zie EHRM 9 juni 2005, Fadeyeva/Rusland, r.o. 121 (zaaknr. 55723/00). Vergelijk met betrekking tot de negatieve verplichtingen ook EHRM 18 januari 2001, Chapman/VK, r.o. 103-104 (zaaknr. 27238/95).
Zie EHRM 21 juli 2011, Grimkovskaya/Oekraïne, r.o. 65 (zaaknr. 38182/03).
Zie EHRM 8 juli 2003, Hatton e.a./VK, r.o. 127 (zaaknr. 36022/97): ‘The Court considers it reasonable, in determining the impact of a general policy on individuals in a particular area, to take into account the individuals’ ability to leave the area. Where a limited number of people in an area (2 to 3% of the affected population, according to the 1992 sleep study) are particularly affected by a general measure, the fact that they can, if they choose, move elsewhere without financial loss must be significant to the overall reasonableness of the general measure.’
Zie EHRM 9 juni 2005, Fadeyeva/Rusland, r.o. 120 (zaaknr. 55723/00).
Zie ook paragraaf 4.3.2.4.
Indien de aangetaste eigendomsbelangen grond of daarmee verbonden objecten betreffen (hetgeen meestal het geval zal zijn), zal verplaatsing van die belangen immers neerkomen op verkoop en aankoop elders.
Zie paragraaf 4.3.2.2. Ik teken daarbij voor de volledigheid aan dat het mij niet goed verdedigbaar lijkt om noodhulp te weigeren om de enkele reden dat de zieke of gewonde zich uit vrije wil heeft begeven in een situatie terwijl hij redelijkerwijs kon voorzien dat zijn leven in die situatie gevaar zou (kunnen) lopen (vergelijk paragraaf 4.3.3.4.3).
Soms kan een burger wiens belangen aangetast worden in zekere zin eigen schuld aan de aantasting van zijn belangen tegengeworpen worden. Dergelijke eigen schuld is een omstandigheid die van belang is bij de beoordeling of de overheid verplicht is een of meer (bepaalde) concrete handelingen te verrichten ter beëindiging van een bestaande aantasting.1
Een eerste relevante vorm van eigen schuld is de omstandigheid dat degene wiens belangen aangetast worden de mogelijkheid heeft om zonder financieel verlies te verhuizen. Dit is te illustreren met de zaak-Fadeyeva/Rusland. In deze zaak ging het ehrm onder meer na of Fadeyeva zich aan de luchtvervuiling en daarmee aan de aantasting van haar recht op respect voor haar woning en privéleven kon onttrekken door zonder (aanzienlijke) kosten te verhuizen. Die mogelijkheid had volgens het ehrm namelijk tot op zekere hoogte invloed op de positieve verplichtingen van de overheid.2 Ook in de zaak-Grimkovskaya/Oekraïne achtte het ehrm van belang dat niet gesteld was dat de woning van Grimkovskaya in waarde gedaald was of dat zij anderszins niet in staat was haar woning te verkopen en te verhuizen zonder hulp van de overheid.3 Het vermelden waard is in dit verband dat de mogelijkheid om zonder financieel verlies te verhuizen niet alleen relevant is bij de beantwoording van de vraag of een positieve verplichting om concrete handelingen te verrichten bestaat, maar ook bij de beantwoording van de vraag of een positieve verplichting bestaat om (beter) beschermende regelgeving uit te vaardigen. In het arrest-Hatton e.a./VK werd bijvoorbeeld geklaagd over de (regelgeving over) nachtelijke geluidsoverlast van vliegtuigen rondom de luchthaven Heathrow bij Londen. Vooral een kleine groep mensen had tijdens hun slaap last van geluidsoverlast, omdat zij meer dan gemiddeld gevoelig waren voor vliegtuiglawaai. Volgens het ehrm was het redelijk om, indien slechts een beperkt aantal personen uit de bevolking van een bepaald gebied in het bijzonder getroffen werd, rekening te houden met het feit dat zij het gebied konden verlaten zonder financieel verlies.4
De tweede relevante vorm van eigen schuld is de omstandigheid dat degene wiens belangen aangetast worden zelf een verwijt van die aantasting gemaakt kan worden, omdat hij zijn belangen uit vrije wil heeft gevestigd op een bepaalde plek terwijl hij ten tijde van die vestiging redelijkerwijs kon voorzien dat die belangen zouden worden aangetast (risicoaanvaarding). Uit het arrest-Fadeyeva/Rusland blijkt dat ook die omstandigheid een rol speelt bij de beantwoording van de vraag of de overheid verplicht is om een of meer (bepaalde) concrete handelingen te verrichten ter beëindiging van een bestaande aantasting. Het ehrm beoordeelde in die zaak namelijk of Fadeyeva ten tijde van het betrekken van haar woning wist van de ernstige luchtvervuiling en een verwijt gemaakt kon worden desondanks die woning betrokken te hebben.5 Ook deze tweede vorm van eigen schuld lijkt niet alleen relevant bij de beantwoording van de vraag of een positieve verplichting om concrete handelingen te verrichten bestaat. De omstandigheid dat een burger zijn belangen uit vrije wil heeft gevestigd op een bepaalde plek terwijl hij ten tijde van die vestiging redelijkerwijs kon voorzien dat die belangen zouden worden aangetast lijkt ook van belang bij de beantwoording van de vraag of een positieve verplichting bestaat om (beter) beschermende regelgeving uit te vaardigen.6
De rechtspraak die ten aanzien van beide vormen van eigen schuld is aangehaald heeft betrekking op artikel 8evrm. Toch lijkt eigen schuld tot op zekere hoogte ook een rol te kunnen spelen bij de beantwoording van de vraag of een positieve verplichting bestaat tot het verrichten van concrete handelingen ter beëindiging van bestaande aantastingen van de door artikel 1ep beschermde belangen. Indien een burger zijn eigendomsbelangen uit vrije wil (rechtmatig) heeft gevestigd op een bepaalde plek terwijl hij ten tijde van die vestiging redelijkerwijs kon voorzien dat die belangen zouden worden aangetast, zal er mijns inziens bijvoorbeeld niet snel een positieve verplichting bestaan om concrete handelingen te verrichten ter beëindiging van de aantasting van zijn eigendomsbelangen. De eerstgenoemde vorm van eigen schuld (namelijk het niet benutten van de mogelijkheid om zonder financieel verlies te verhuizen) is lastiger toe te passen bij artikel 1 ep. Aantastingen van de door artikel 1 ep beschermde belangen door activiteiten in de omgeving bestaan immers meestal (mede) uit een waardedaling van de eigendom.7 Bij zo’n aantasting in de vorm van waardedaling is het niet mogelijk om de eigendomsbelangen zonder financieel verlies te verplaatsen.8
Een interessante vraag is hoe de omstandigheid dat een burger in zekere zin eigen schuld aan de aantasting van zijn belangen tegengeworpen kan worden zich verhoudt tot de (in paragraaf 4.3.3.4.2 besproken) omstandigheid dat de aantastende activiteit in strijd is met nationaal recht. Indien de activiteit die de aantasting van de door artikel 8evrm (en/of artikel 1ep) beschermde belangen veroorzaakt naar nationaal recht op zichzelf of wat betreft (de ernst van) haar gevolgen onrechtmatig is, lijkt het immers niet redelijk van de benadeelde burger te verlangen dat hij verhuist of anderszins zijn belangen verplaatst, ook al kan hij dit doen zonder financieel verlies. Een dergelijke gang van zaken komt immers neer op een gedwongen verhuizing of verplaatsing van zijn belangen, hetgeen op zichzelf als een aantasting van de door artikel 8 evrm (en/of artikel 1 ep) beschermde belangen gezien kan worden, terwijl van de overheid juist verwacht mag worden dat zij die belangen tegen onrechtmatige aantastingen beschermt. Mijns inziens kan de overheid in deze situatie de benadeelde burger derhalve geen eigen schuld tegenwerpen om te ontkomen aan de positieve verplichting om concrete handelingen te verrichten ter beëindiging van een bestaande aantasting. Wellicht dat dat anders ligt bij de tweede vorm van eigen schuld, namelijk de omstandigheid dat de benadeelde burger zijn belangen uit vrije wil heeft gevestigd op een bepaalde plek terwijl hij ten tijde van die vestiging redelijkerwijs kon voorzien dat die belangen zouden worden aangetast. In die situatie heeft de benadeelde burger zich immers min of meer bewust aan de onrechtmatige activiteiten blootgesteld. Een lastig punt blijft het natuurlijk, indien de vestiging van die belangen door de benadeelde burger geheel rechtmatig heeft plaatsgevonden.
Beide vormen van eigen schuld spelen mijns inziens tot slot geen rol bij de beantwoording van de vraag of concrete handelingen verricht moeten worden ter beëindiging van een bestaande aantasting van de door artikel 2evrm beschermde belangen. Die concrete handelingen bestaan in omgevingsgerelateerde situaties immers uit het verlenen van noodhulp bij levensbedreigende ziekte of verwonding.9