Klachtdelicten
Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/6.3.2:6.3.2 Het verwijderen en behouden van termijnen aangaande de klacht
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/6.3.2
6.3.2 Het verwijderen en behouden van termijnen aangaande de klacht
Documentgegevens:
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946264:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.3 met verwijzing naar: Smidt & Smidt 1891 (Deel I), p. 498.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 2.2.2 kwam aan bod dat de wetgever de termijn voor het indienen van de klacht bij de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wil laten vervallen. Het voornemen om afscheid te nemen van deze termijn sluit aan op de toenemende mate waarin men in de strafrechtspleging oog heeft voor het belang van het slachtoffer. De klachttermijn is tot op heden immers juist een element van de regeling van klachtdelicten dat de mogelijkheden voor de klachtgerechtigde inperkt ten faveure van andere belangen. De wetgever wilde de klachtgerechtigde geen ‘zwaard’ geven waarmee hij gedurende de gehele verjaringstermijn vat zou hebben op de dader. Daarnaast moest de willekeur van een getroffene een voortvarende rechtspraak niet kunnen frustreren. Zowel het belang van de dader als het algemeen belang worden dus gediend door de klachttermijn. 1Met het voornemen van de wetgever om deze klachttermijn te laten vervallen, worden voornoemde belangen ondergeschikt gemaakt aan het belang van het slachtoffer om ook op een later moment te kunnen klagen over een klachtdelict. Het weghalen van deze termijn sluit daarmee aan op de tendens dat het belang van het slachtoffer zwaarder gaat wegen in de strafrechtspleging. Het behoud van de mogelijkheid om een klacht weer in te trekken gedurende een week na de indiening daarvan – die wel het belang van het klachtgerechtigde slachtoffer dient – past eveneens in dit beeld.