Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.3.6:5.3.6 Conclusie: afwijzing van de gangbare invulling van het objectieve betalingsbegrip
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.3.6
5.3.6 Conclusie: afwijzing van de gangbare invulling van het objectieve betalingsbegrip
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS497557:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik meen dat op grond van de vorige subparagrafen het volgende kan worden geconcludeerd. De gangbare invulling van het objectieve betalingsbegrip heeft zowel voor- als nadelen. Belangrijk voordeel is dat niet doorslaggevend is of een prestatie met een bedoeling is verricht. Daardoor kunnen ook onbewust verrichte prestaties als betaling in de zin van artikel 6:203 worden aangemerkt. Nadeel van de gangbare benadering van het begrip prestatie is dat niet altijd de personen worden aangewezen van wie het wenselijk is dat zij kunnen terugvorderen of moeten terugbetalen. Ik meen daarom dat het wenselijk is om een andere invulling te geven aan de begrippen ‘prestatie’ en ‘rechtsgrond’ in artikel 6:203. In de volgende twee subparagrafen onderzoek ik een alternatief dat door Scheltema is voorgesteld. Hierna zal blijken dat ook dit alternatief niet voldoet. In paragraaf 5.3.9 zal ik daarom de contouren van een eigen benadering voorstellen waarin een nieuwe invulling wordt gegeven aan het begrippenpaar betaling en rechtsgrond.