Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.2.2.2:4.2.2.2 Zakelijk of persoonlijk gebruiksrecht
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.2.2.2
4.2.2.2 Zakelijk of persoonlijk gebruiksrecht
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616178:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie verder Vandenberghe en Viaene 2006, p. 34 e.v. en Michiels 2007, p. 213 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een leidingbeheerder kan uitdrukkelijk het recht krijgen om te bouwen op andermans grond. In dit geval wordt de natrekking uitgesteld tot na de beëindiging van de contractuele relatie of duur. Er ontstaat dan een accessoir opstalrecht. In beginsel kunnen alle (privaatrechtelijke) zakelijke rechten (zoals erfpacht, opstal, erfdienstbaarheid en vruchtgebruik) én persoonlijke gebruiksrechten (zoals huur), die tevens de bevoegdheid tot bouwen inhouden, tot gevolg hebben dat de houder van het betreffende recht de eigendom behoudt van hetgeen hij bouwt op andermans grond. Het opstalrecht is accessoir aan het zakelijke of persoonlijke recht en geldt voor de gehele duur van het zakelijke of persoonlijke recht. In diverse sectorale wetten met betrekking tot nutsleidingen is bepaald dat de grondeigenaar een bepaalde vergoeding krijgt voor de eigendomsbeperkingen die hij door de aanleg (en beheer) van de leidingen ondervindt. Na beëindiging van het zakelijke of persoonlijke recht vervalt de eigendom van het gebouwde automatisch toe aan de grondeigenaar en 'dooft' het accessoire opstalrecht. De grondeigenaar zal dan een vergoeding verschuldigd kunnen zijn aan de aanlegger wanneer de leidingen een bepaalde meerwaarde hebben gegeven aan de grond. Inschrijving van deze privaatrechtelijke overeenkomst(en) in de openbare registers, tenzij het een persoonlijk gebruiksrecht betreft, is noodzakelijk in verband met de derdenwerking.1