Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.7.4.2
5.7.4.2 Controle op de uitvoering van Europese subsidieregelingen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394902:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie arresten HvJEG 24 april 2008, C-418/06P (België/Commissie), Jur. 2008, p. 1-3047, r.o. 70; HvJEG 14 april 2005, C-468/02 (Spanje/Commissie), niet gepubliceerd, r.o. 35; HvJEG 21 oktober 1999, C-44/97 (Duitsland/Commissie), Jur. 1999, p. 1-7177, r.o. 55; HvJEG 1 oktober 1998, C-209/96 (Verenigd Koninkrijk/Commissie), Jur. 1998, p. 1-5655, r.o. 43; HvJEG 12 juni 1990, C-8/88 (Duitsland/Commissie), Jur. 1990, p. 1-2321, r.o. 16 en 17; HvJEG 14 december 2000, C-245/97 (Duitsland/Commissie), Jur. 2000, p. 1-5813, r.o. 62. Uit het laatstgenoemde arrest blijkt dat dit slechts anders is, indien een specifieke Europese subsidieregeling in een specifiek controlesysteem voorziet. Zie voorts 11januari 2001, C-247/98 (Griekenland/ Commissie), Jur. 2001, p. 1-1, r.o. 81 waarin het Hof van Justitie uit artikel 8, eerste lid, van de Verordening nr. 729/70 en het beginsel van loyale samenwerking afleidt dat de lidstaten verplicht zijn een stelsel van administratieve controles en controles ter plaatse op te zetten, waarmee kan worden verzekerd dat de materiële en formele voorwaarden voor toekenning van de betrokken Europese subsidies naar behoren worden nageleefd.
Zie arresten HvJEG 24 april 2008, C-418/06P (België/Commissie), Jur. 2008, p. 1-3047, r.o. 72; HvJEG 14 april 2005, C-468/02 (Spanje/Commissie), niet gepubliceerd, r.o. 40; HvJEG 3 oktober 1996, C-41/94 (Duitsland/Commissie), Jur. 1996, p. 1-4733, r.o. 17.
Zie bijvoorbeeld artikel 8 van de Verordening nr. 2988/95.
Zie artikel 13 van de Commissieverordening nr. 1828/2006 (structuurfondsen).
Zie artikel 16 van de Commissieverordening nr. 1828/2006 (structuurfondsen).
Zie artikel 61 van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen).
Zie hieromtrent ook Craig 2012, p. 101 e.v. en uitgebreider Craig 2006, p. 84 e.v.
Zie bijvoorbeeld artikel 39 van de Commissieverordening nr. 498/2007 (Europees Visserij-fonds).
Zie bijvoorbeeld artikel 14 van de Commissieverordening nr. 1975/2006 (ELFPO).
In veel gevallen is bepaald dat bij 5% van de aanvragers/ontvangers van de desbetreffende Europese subsidie een controle ter plaatse moet worden uitgevoerd. Zie bijvoorbeeld artikel 30, eerste lid, van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (bedrijfstoeslag).
Zie artikel 31 van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (bedrijfstoeslag).
Zie bijvoorbeeld artikel 32 van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (bedrijfstoeslag).
Bijvoorbeeld door middel van teledetectieonderzoek. Zie artikel 33 e.v. van de Commissieverordening nr. 1122/2009 wat betreft de controles ter plaatse voor oppervlaktegebonden steunregelingen.
HvJEG 7 oktober 2004, C-153/01 (Spanje/Commissie), Jur. 2004, p. 1-9009, r.o. 76.
Zie artikel 14, tweede lid, van de Verordening nr. 1080/2006.
Zie artikel 14, tweede lid, van de Verordening nr. 1080/2006.
Zie bijvoorbeeld artikel 37, tweede lid, van de Verordening nr. 1290/2005. Zie hieromtrent ook David 2011, p. 362 e.v.
Zie bijvoorbeeld artikel 72, derde lid, van de Verordening nr. 1083/2006. Zie ook artikel 18, vierde lid, van de Verordening nr. 515/97. Zie hieromtrent ook David 2011, p. 361-362; Jans e.a. 2011, p. 241.
Zie artikel 18, vierde lid, jo. artikel 9, tweede lid, van de Verordening nr. 515/97.
Toen het Europese subsidierecht nog in de kinderschoenen stond, waren de verplichtingen van de lidstaten om de uitvoering van Europese subsidieregelingen te controleren erg ruim geformuleerd. Een voorbeeld biedt artikel 8, eerste lid, van de Verordening nr. 729/70 waarin was bepaald dat de lidstaten, overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de nodige maatregelen dienden te treffen om zich ervan te vergewissen dat de door het EOGFL gefinancierde maatregelen daadwerkelijk en op regelmatige wijze werden uitgevoerd. Het Hof van Justitie heeft meer dan eens vastgesteld dat dit artikel in combinatie met het beginsel van loyale samenwerking de lidstaten de algemene verplichting oplegt een doeltreffend stelsel van controle en toezicht op te zetten, ook indien de specifieke Europese regelgeving niet uitdrukkelijk de vaststelling van een bepaalde controlemaatregel voorschrijft.1 In voorkomend geval kan het daarbij ook om impliciete verplichtingen gaan, bijvoorbeeld dat een administratieve controle zodanig wordt uitgevoerd dat de nationale autoriteiten daaruit alle mogelijke conclusies, zekerheid dan wel twijfels, kunnen trekken over de naleving van de voorwaarden voor toekenning van steun en premies.2
Ook nu nog zijn in de Europese subsidieregelgeving allerlei algemene controlebepalingen te vinden.3 Deze algemene verplichtingen worden echter steeds meer ingevuld door specifieke controleverplichtingen. Zo is voorgeschreven welke nationale instanties controles moeten verrichten. Voor de structuurfondsen worden de projecten gecontroleerd door de controleurs van de beheersautoriteit4 en van de auditautoriteit.5 De certificeringsautoriteit dient weer te controleren of de beheersautoriteit de regels naleeft.6 Voorts is in de meeste Europese subsidieregelgeving een vrijwel uitputtend controlesysteem in het leven geroepen.7 Zo is doorgaans voorgeschreven dat zowel administratieve controles als controles ter plaatse moeten worden verricht,8 wanneer deze controles moeten worden verricht,9 hoe zij moeten worden aangekondigd, hoeveel controles moeten worden verricht,10 hoe de steekproef voor controles moet worden geselecteerd,11 dat er een controleverslag moet worden gemaakt12 en op welke wijzen de controles ter plaatse kunnen worden uitgevoerd.13 De lidstaten zijn verplicht de bij Europese verordeningen voorgeschreven specifieke controlemaatregelen toe te passen, zonder dat behoeft te worden onderzocht of een ander controlesysteem doeltreffender is. 14
Ten aanzien van grensoverschrijdende programma's als INTERREG IVA is in de Verordening nr. 1820/2006 geregeld dat de auditautoriteit van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het programma zich laat bijstaan door een groep auditors bestaande uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat die bijdraagt aan het OP.15 Zo kan worden voorkomen dat controleurs van de ene lidstaat gaan controleren in een andere lidstaat. De aan het programma deelnemende lidstaten kunnen echter met eenparigheid van stemmen besluiten dat de auditautoriteit van de verantwoordelijke lidstaat bevoegd wordt controles uit te oefenen in alle lidstaten die bij de uitvoering van het OP zijn betrokken.16
In een aantal Europese subsidieregelingen is neergelegd dat nationale controleurs kunnen deelnemen aan door de Europese Commissie geïnitieerde eerstelijnscontroles.17 De Europese Commissie kan ook de lidstaat verzoeken om controles ter plaatse uit te voeren, waaraan controleurs van de Europese Commissie mogen deelnemen.18 Soms is in dat kader bepaald dat de Europese controleurs toegang moeten hebben tot dezelfde documenten en plaatsen als de nationale controleurs.19 Zij hebben dus niet zelfstandig het recht om documenten in te zien en plaatsen te betreden.