Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/3.2
3.2 'An agreement in writing'
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS396751:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Cohen noemt een aantal staten in zijn artikel 'Agreements in writing: Notes in the Margin of the Sixth Goff lecture' (1997), 13 Arbitration International, zie ook Kaplan: 'Is the need for writing as expressed in the New York Convention and Model law out of step with commercial practice?' (1996) 12 Arbitration International 27 en Landau: 'The requirement of a written form for an arbitration agreement. when 'written' means 'oral', 16e ICCA Congres van 12-15 mei 2002 in Londen, alle genoemd door Redfern en Hunter, 3-07 en 3-08.
Redfern en Hunter 3-07.
Arbitration Act 1996, sectie 5 (met als opschrift: 'Agreements To Be In Writing') luidt: '(1) The provisions of this Part apply only where the arbitration agreement is in writing, and any other agreement between the parties as to any matter is effective for the purposes of this Part only if in writing. The expressions 'agreement', 'agree' and 'agreed' shall be construed accordingly. (2) There is an agreement in writing: (a) if the agreement is made in writing (whether or not signed by the parties), (b) if the agreement is made by exchange of communications in writing, or (c) if the agreement is evidenced in writing. (3) Where parties agree otherwise than in writing by reference to terms which are in writing, they make an agreement in writing. (4) An agreement in evidenced if an agreement made otherwise than in writing is recorded by one of the parties, or by a third party, with the authority of the parties to the agreement. (5) An exchange of written submissions in arbitral or legal proceedings in which the existence of an agreement otherwise than in writing is alleged by one party against another party and not denied by the other party in his response constitutes as between those parties an agreement in writing to the effect alleged. (6) References in this Part to anything being written or in writing include its being recorded by any means.'
Zie J.F. Poudret en S. Besson: Droit comparé de l'arbitrage international, Bruylant/LGDJ/Schulthess, Brussel, Parijs, ZBrich, p. 150-189.
Alle genoemde internationale verdragen, de Arbitration Rules 1976 en de Model Law on International Commercial Arbitration eisen dat de arbitrage overeenkomst is 'in writing'. De reden daarvan is duidelijk. Door een arbitrageovereenkomst te sluiten doen partijen immers afstand van de beoordeling van het geschil door de overheidsrechter. Zij doen aldus afstand van een zeer belangrijk recht: toegang tot de rechter, dat bijvoorbeeld door het EVRM wordt gewaarborgd in art. 6. Partijen moeten dus goed hebben nagedacht over deze stap. Daarom moet hun beslissing goed zijn vastgelegd.
Moeten de partijen hun handtekening onder een papieren overeenkomst tot arbitrage hebben gezet? Er zijn staten die dit eisen1, maar de algemene tendens is tegenwoordig dat een handtekening niet noodzakelijk is, mits de overeenkomst is 'in writing'.2 Er wordt volgens diezelfde tendens nog slechts geëist dat schriftelijk bewijs van de overeenkomst kan worden geleverd.
De Engelsen zijn nog soepeler: in de Engelse arbitragewet (section 5 onder 3) wordt zelfs een mondelinge overeenkomst tot arbitrage beschouwd als geschreven als deze is tot stand gekomen door verwijzing naar schriftelijke voorwaarden.3 Die houding komt mogelijk voort uit het feit dat de Engelsen, die van oudsher over de hele wereld handel hebben gedreven, arbitrage in internationale handelszaken (waarin mondelinge afspraken geen uitzondering zijn) hebben aanvaard als een gebruikelijke manier van geschilbeslechting.
Het Verdrag van New York, dat in art. II(1) eist dat elke Verdragsstaat 'an agreement in writing' waarmee partijen zich onderwerpen aan arbitrage, zal erkennen, stelt in art. II (2) als voorwaarde: 'The term 'agreement in writing' shall include an arbitral clause in a contract or an arbitration agreement, signed by the parties or contained in an exchange of letters or telegrams'.
Nu dateert dit Verdrag uit 1958 en dit waren nu eenmaal de toen bekende communicatiemiddelen. Er zijn rechters die sedertdien het artikel zo hebben uitgelegd dat het ook e-mails en fax omvat4, maar in de nu te bespreken Noorse uitspraak is anders beslist.
Daarna wordt ingegaan op de vraag hoe UNCITRAL omgaat met de nieuwe communicatiemiddelen in arbitrage.