Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/10.5.1
10.5.1 Het inhoudelijke criterium: drie misleidende praktijken
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS500901:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
'A trade description which, though not false, is misleading, that is to say, likely to be taken for such an indication of any of the matters specified in section 2 of this Act as would be false to a material degree, shall be deemed to be a false trade descnption.' Deze misleidingsnorm schept volgens Collins verwarring omdat zij misleidende doch juiste informatie niettemin als false' kenmerkt: Collins 2010, p. 103. Een dergelijke constructie is in de CPR niet meer nodig. Vgl. Dbcons Ltd/Barnett [1988] BTLC 311, waarover Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 29-30 (par. 2.80 aldaar): een Astral 500 telescoop werd beschreven als in staat tot een '455 X magnification' . In werkelijkheid was de telescoop bij een dergelijke, weliswaar technisch mogelijke, scherpe afstelling niet bruikbaar.
'An advertisement is considered misleading if in any way, including its presentation, it deceives or is likely to deceive the persons to whom it is addressed or whom it reaches and ij; by reasons of its deceptive nature, it is likely to affect their economie behaviour or; for Chose reasons, injures or is likely to injure a competitor.'
RIA 2007, p. 34: Tractices that contain information that is deceptive in relation to matters not specified in Article 6 have to be assessed for fairness against the general clause (Article 5).'
Ervine 2008, p. 149.
Collins 2010, p. 103.
Valt volgens Bragg mogelijk onder Reg. 5(5)(p): de 'commerciƫle oorsprong'. Ook (een ruime uitleg van) Reg. 5(3)(a) ter omzetting van art. 6 lid 2 onder a richtlijn kan dit verschil compenseren: Bragg 2008, p. 342.
Dit aspect, dat werd gebruikt om geknoei met kilometertellers aan te pakken, valt volgens Bragg mogelijk onder Reg. 5(4)(a) of 5(5)(m): de 'kenmerken van het product' of de 'gebruiksmogelijkheden', ruim uitgelegd. Bragg 2008, p. 342.
Collins 2010, p. 104.
RIA 2007, p. 34: `Although the drafling of Article 6(1) is not wholly clear, the Department considers that the list of elements also applies to information that misleads because it is false.
Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 43 (par. 3.17 aldaar); Giordano Ciancio 2008, p. 23. Zij baseren zich op de structuur van de zin: het woordje 'or' in combinatie met de zinsnede 'in either case'. Twigg-Flesner e.a. voegen hieraan toe: 'This would also be preferable from a policy perspective ā if information is clearly false and causes a consumer to take a transactional decision as a result, then this should be regarded as unfair. We may note that the German version of Art. 6(1) supports the view that the list only relates to deceptive information.'
Summary of Responses, juni 2006, p. 8. OFT 2008a, p. 30.
Griffiths 2007, p. 199.
Grassie 2006, p. 107-112. De Trade Marks Act 1994 is op de merkenrichtlijn gebaseerd.
Grassie 2006, p. 111.
Grassie verwijst naar Mars UK Ltd/Burgess [2004] EWHC 1912 (Ch).
OFT 2008a, p. 32. Als enig voorbeeld wordt genoemd: 'A trader names or brands his new sunglasses so as to very closely resemble the name or brand of a competitor 's sunglasses. 1f the similarity is such as to confuse the average consumer making him more likely to opt for the new sunglasses when he otherwise would not, this would breach the CPRs.'
Reg. 5(3)(b) vormt overigens zo blijkt uit Reg. 9 geen `offence'. De uitsluiting van deze misleidende praktijk van de strafrechtelijke handhaving vloeit voort uit het reeds in par. 10.2.2 genoemde belang van zelfregulering en het t.t.v. de Richtlijn misleidende reclame ingenomen standpunt dat de juridische aanpak van handelspraktijken geen afbreuk mag doen aan de effectieve zelfregulering. Ook vormen praktijken nr. 11 (`advertorials') en nr. 28 (reclame voor kinderen) van Sch. 1 (de zwarte lijst), als een tegemoetkoming aan de zelfregulerende instanties, geen strafbaar feit.
Consultation, december 2005, p. 34.
Bragg 2007, p. 343, met verwijzing naar V.G. Vehicles (Telford) Ltd [1981] 89 Monthly Review 91.
648. In deze paragraaf wordt, na een korte bespreking van de bestaande aanpak van misleidende praktijken, de inpassing van de subnorm 'misleidende handeling' in het Engelse recht belicht (par. 10.5.1). Aansluitend wordt ingegaan op de systematiek van de toetsing aan deze subnorm (par. 10.5.2). Voorafgaand aan de Richtlijn OHP bevatte het Engelse recht al verschillende misleidingstoetsen. De CMAR 1988 heeft de Richtlijn misleidende reclame omgezet. Reclame is volgens Reg. 2(2) misleidend indien zij onjuiste beweringen of feiten inhoudt, belangrijke feiten achterhoudt of weglaat, valse beloftes dan wel indrukken schept of kan scheppen, zelfs al is de gegeven informatie waar. Er is echter ook andere regelgeving op grond waarvan de consument tegen misleidende informatie wordt beschermd. Gedacht kan worden aan de misleidende prijsaanduiding, uitvoerig geregeld in de Price Marking Order 1999 en s. 20 Consumer Protection Act 1987. Verder kan s. 3(2) TDA 1968 worden genoemd.1 Al deze misleidingsnormen gelden niet langer in de B2C-relatie en hebben plaatsgemaakt voor de CPR 2008. De bestaande praktijken zullen, voor zover zij afwijken van de richtlijn, niet mogen worden voortgezet.
649. Art. 6 richtlijn is omgezet in Reg. 5 en luidt als volgt:
(1) A commercial practice is a misleading action if it satisfies the conditions in either paragraph (2) or paragraph (3).
(2) A commercial practice satisfies the conditions of this paragraph
(a)if it contains false information and is therefore untruthful in relation to any of the matters in paragraph (4) or i f it or its overall presentation in any way deceives or is likely to deceive the average consumer in relation to any of the matters in that paragraph, even if the information is factually correct; and
(b)it causes or is likely to cause the average consumer to take a transactional decision he would not have taken otherwise.
(3) A commercial practice satisfies the conditions of this paragraph if
(a)it concerns any marketing of a product (including comparative advertising) which creates confusion with any products, trade marks, trade names or other distinguishing marks of a competitor; or
(b)it concerns any failure by a trader to comply with a commitment contained in a code of conduct which the trader has undertaken to comply with, if
(i)the trader indicates in a commerialprictice that he is bound by that code of conduct, and
(h) the commitment is firm and capable q fbeing verified and is not aspirational, and it causes or is likely to cause the average consumer to take a transactional decision he would not have taken otherwise, taking account of its factual context and of all its features and circumstances.
(4) The matters referred to in paragraph (2)(a) are
(a)the existence or nature of the product;
(b)the main characteristics of the product (as defined in paragraph 5);
(c)the eitent of the !rader 's commitments;
(d)the motives for the commercial practice;
(e)the nature of the sales process;
ffl any statement or symbol relating to direct or indirect sponsorship or approval of the trader or the product;
(g)the price or the wanner in which the price is calculated;
(h)the existence of a specific price advantage;
(i)the need for a service, part, replacement or repair;
02 the nature, attributes and rights of the trader (as defined in paragraph 6); (k) the consumer 's rights or the risks he may face.
(5) In paragraph (4)(b), the "main characteristics of the product" include
(a)availability of the product;
(b)benefits of the product;
(c)risks of the product;
(d)execution of the product;
(e)composition of the product; ffl accessories of the product;
(g)afier-sale customer assistance concerning the product;
(h)the handling of complaints about the product;
(i)the method and date of manufacture of the product; 02 the method and date q fprovision of the product;
(k)delivery of the product;
(l)fitness for purpose of the product;
(m)usage of the product;
(n)quantity of the product;
(o)specification of the product;
(p)geographical or commercial origin of the product;
(q)results to be expected from use of the product; and
(r)results and material features of tests or checks carried out on the product.
(6) In paragraph (4)02, the "nature, attributes and rights" as far as concern the trader include the trader 's
(a)identity;
(b)assets;
(c)qualifications;
(d)status;
(e)approval;
ffl affiliations or connections;
(g)ownership of industrial, commercial or intellectual property rights; and
(h)awards and distinctions.'
Reg. 5(2) bevat de misleidende praktijk beschreven in art. 6 lid 1 richtlijn (de onjuiste of misleidende informatie ten aanzien van de lijst aspecten). Reg. 5(4), 5(5) en 5(6) nemen de lijst aspecten uit dit artikel over. Reg. 5(3)(a) bevat de misleidende handeling uit art. 6 lid 2 onder a richtlijn (de misleidende verwarrende marketing) en Reg. 5(3)(b) die uit art. 6 lid 2 onder b richtlijn (het handelen in strijd met een gedragscode).
De onjuiste of misleidende informatie ten aanzien van de lijst aspecten
650. De aanhef van Reg. 5(2) lijkt veel op Reg. 2(2) CMAR 1988 (art. 2 lid 2 Richtlijn misleidende reclame).2 Toch verandert er met de omzetting van art. 6 richtlijn wel het een en ander. Behalve dat 'commercial practice' een veel ruimer begrip is dan `advertisement' , vormt de lijst aspecten de grootste noviteit. De aspecten waarop volgens art. 3 Richtlijn misleidende reclame de misleiding betrekking kon hebben waren niet in de CMAR 1988 overgenomen. De CPR 2008 volgen een sterk contrasterende aanpak. Reg. 5 behelst de complete lijst aspecten uit art. 6 lid 1 richtlijn. Ieder aspect is apart geregeld en de lijst is limitatief. Zodra een aspect niet op de lijst voorkomt treedt volgens BERR ā die zijn standpunt baseert op de consultaties ā de vangnetfunctie van de hoofdnorm in werking (par. 10.9.3).3
Bij de misleidingstoets uit de TDA 1968 werd wel gebruikgemaakt van een lijst aspecten die enige gelijkenis vertoont met de lijst uit Reg. 5(5).4 Deze lijst beperkte zich echter tot informatie verstrekt in de aanloop naar een `sale of goods', waar de CPR 2008 ook misleiding in de postcontractuele fase tegengaan.5 Opmerkelijk is dat de misleiding in de zin van de TDA 1968 betrekking kon hebben op aspecten die niet op de lijst uit art. 6 lid 1 richtlijn voorkomen: de naam van de fabrikant6 en de geschiedenis van het product 'including previous ownership or use'.7 De uitvoerige regeling inzake de misleidende prijsaanduiding is teruggebracht tot Reg. 5(4)(g) en (h).8
651. Naast de bestaande toetsingspraktijk kan ook de wijze van omzetting van invloed zijn op de uitleg van de norm. Door het woordje `of in de aanhef van art. 6 lid 1 richtlijn is op grond van de richtlijn niet duidelijk of de onjuiste informatie, net als de bedrieglijke informatie, betrekking moet hebben op de in dat artikel opgesomde aspecten. BERR is van mening dat zowel de misleidende als de onjuiste informatie betrekking dient te hebben op de opgesomde aspecten.9 Deze zienswijze is in Reg. 5(2) opgenomen. De gedetailleerde lijst beoogt volgens de regering de maximale harmonisatie te faciliteren. In de literatuur vindt men echter tegenovergestelde standpunten, gebaseerd op een grammaticale en teleologische uitleg (beschermingsdoelstelling) en op rechtsvergelijking.10 De felste tegenstander van de visie van BERR is de OFT, die de consument de meest uitgebreide bescherming wil bieden.11 Uit bovenstaande blijkt dat de twee doelstellingen van de richtlijn ā maximale harmonisatie en een hoog niveau van consumentenbescherming ā tot haaks op elkaar staande interpretaties van een open norm kunnen leiden.
Verwarrende marketing
652. Reg. 5(3)(a) zet art. 6 lid 2 onder a richtlijn om. Deze categorie misleidende handeling ā de verwarring met producten, handelsmerken, handelsnamen en andere onderscheidende kenmerken van een concurrent ā wordt in verband gebracht met het merkenrechtelijk verwarringscriterium (dat onderdeel is van het common law-leerstuk 'passing off'12 en de Trade Marks Act 1994).13 De vraag is gerezen of het verwarringscriterium in geval van een `look-alike' -product strikt ā de consument verwart de producten/merken met elkaar ā dan wel ruim de consument ziet wel een verschil tussen de producten maar denkt dat het product dat hij koopt 'is manufactured by the same manufacturer or is associated with it or endorsed by it' ā dient te worden uitgelegd.14 In de Europese rechtspraak wordt van een ruime uitleg uitgegaan. De Engelse rechter verkiest echter een strikte uitleg die gevolgen kan hebben voor de manier waarop Reg. 5(3)(a) wordt uitgelegd.15 De Guidance maakt niet duidelijk of sprake mag zijn van een ruime uitleg.16
Handelen in strijd met een gedragscode
653. Reg. 5(3)(b) implementeert art. 6 lid 2 onder b richtlijn.17 Deze qua bewoordingen nieuwe categorie misleidende handeling viel al binnen het toepassingsbereik van de CMAR 1988.18 Uit de jurisprudentie blijkt dat dergelijke misleidende handelingen ook aan de hand van de TDA 1968 werden bestreden. Een voorbeeld vormt een zaak waarin een autobedrijf strafbaar werd gesteld op grond van s. 14 TDA 1968 omdat het stelde lid te zijn van de Motor Agents Association en de hierdoor opgestelde gedragscode te volgen, terwijl het in werkelijkheid aan vier bepalingen niet voldeed.19