De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.7.1:2.7.1 Inleiding
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.7.1
2.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652339:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Geerts 2004, p. 221-222.
Zie o.m. OK 21 oktober 1999, JOR 1999/228, m.nt. F.J.P. van den Ingh (YVC IJsselwerf); OK 21 oktober 1999, JOR 2000/5 (Navemar); minder uitdrukkelijk, OK 14 december 2007 (r.o. 3.2), JOR 2008/34, m.nt. M.W. Josephus Jitta (e-Traction).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 2:350 lid 3 BW komt de Ondernemingskamer de bevoegdheid toe te bepalen dat de rechtspersoon zekerheid moet stellen voor de betaling van de kosten van het onderzoek. Gelast de Ondernemingskamer een onderzoek of verhoogt zij het onderzoeksbudget, dan beveelt zij standaard dat de rechtspersoon voor de betaling van de kosten van het onderzoek zekerheid moet stellen.1 Een dergelijke verplichting staat niet aan vrijwillige financiering door een directe financier in de weg, waarover par. 6.4.3. Zekerheidstelling voor de kosten van het onderzoek is ook mogelijk indien de geënquêteerde rechtspersoon surseance van betaling heeft verkregen of in staat van faillissement is verklaard, waarover par. 6.7.3.2.
De onderzoeker hoeft zijn werkzaamheden niet aan te vangen of voort te zetten alvorens zekerheid is verkregen voor betaling van de kosten van het onderzoek. Vangt de onderzoeker zijn werkzaamheden bij het uitblijven van zekerheid toch aan, dan loopt hij het risico dat gemaakte kosten niet kunnen worden verhaald. De Ondernemingskamer adviseert de onderzoeker in bepaling 4.3 van de Leidraad dan ook het onderzoek niet aan te vangen of voort te zetten alvorens zekerheid is verkregen voor betaling van de kosten van het onderzoek. De Ondernemingskamer expliciteert dit soms ook in haar beschikkingen.2
Hierna behandel ik de verschillende mogelijkheden om aan de verplichting tot zekerheidstelling te voldoen (par. 2.7.2), de termijn voor zekerheidstelling en de situatie waarin zekerheidstelling uitblijft (par. 2.7.3). Tot slot schenk ik aandacht aan de wijze waarop het beheer over het bedrag voor de kosten van het onderzoek waarvoor zekerheid is gesteld moet worden gevoerd (par. 2.7.4).