De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.4.3:9.4.3 De zaak Friesland Vlees
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.4.3
9.4.3 De zaak Friesland Vlees
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS378198:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In gelijke zin Sprengers in zijn noot onder OK 22 september 2008, JOR 2009/36 (Friesland Vlees).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Friesland Vlees-beschikking speelt de vraag of FNV Bondgenoten voldoet aan de voorwaarde dat zij werkzame leden in de onderneming van de vennootschap heeft. Friesland Vlees BV betoogt dat daarvan geen sprake is omdat de arbeidsovereenkomsten met alle werknemers per 1 september 2008 zijn beëindigd op grond van een sociaal plan dat mede tot stand is gekomen met FNV Bondgenoten. De OK laat dit verweer onbesproken nu het enquêteverzoek op materiële gronden niet toewijsbaar is.
Ik meen dat de OK de ontvankelijkheid van de vakbond had moeten bespreken in haar beschikking. Door het enquêteverzoek materieel te beoordelen en zich niet uit te laten over de ontvankelijkheid, heeft zij de vakbond toegang verleend tot de enquêteprocedure en daarmee impliciet ontvankelijk verklaard. De OK had het verweer van Friesland Vlees BV naar mijn oordeel eenvoudig kunnen pareren. Ten tijde van de indiening van het enquêteverzoekschrift op 27 augustus 2008 werken de leden van FNV Bondgenoten nog bij de vennootschap. Het enquêteverzoek van FNV Bondgenoten strekt zich uit tot het verrichten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken vanaf 6 april 2008. Op beide tijdstippen zijn de leden van FNV Bondgenoten dus nog werkzaam bij de vennootschap. De vakbond voldoet daarmee aan de eisen van art. 2:347 BW en is ontvankelijk in haar verzoek.
De discussie kan zich nog toespitsen op de vraag of het onderzoek zich mag uitstrekken over de periode na 1 september 2008, omdat de leden van de vakbond vanaf dat tijdstip niet meer werkzaam zijn bij de vennootschap. Volgens mij is dat verdedigbaar als de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten een gevolg is van het gewraakte beleid dat aan het enquêteverzoek van de vakbond ten grondslag ligt, en aannemelijk is dat de gang van zaken na die beëindiging relevant kan zijn voor het onderzoek.1