Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/4.5.2
4.5.2 Reorganisatiewaarde
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192747:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de notie van het akkoord als een verkoop aan de vermogensverschaffers: §2.3.5.
Van den Berg 2019, §3.4.
In §1.7 zette ik uiteen waardebepaling een cruciaal onderdeel van een succesvol pre-insolventieakkoordtraject is, maar dat waarderingsvraagstukken buiten het bestek van dit onderzoek vallen.
Van den Berg, Holterman en Ten Haanappel zetten uiteen hoe de reorganisatiewaarde dient te worden berekend, en hoe dit waardebegrip zich verhoudt tot het begrip ‘ondernemingswaarde’: Van den Berg, Holterman & Haanappel 2019. Zie over het begrip reorganisatiewaarde ook: Tollenaar 2016, §5.9.6; Van den Berg 2019, §3.4.
129. Het akkoord houdt in wezen een fictieve verkoop van de onderneming aan de vermogensverschaffers in. De waarde van de onderneming wordt in de vorm van financiële instrumenten verdeeld onder de vermogensverschaffers. Omdat er geen derde partij is die een prijs betaalt, dient de te verdelen waarde op basis van een papieren waarderingsexercitie te worden vastgesteld.1
De met een akkoord te verdelen waarde wordt in de literatuur ook wel aangeduid als de ‘reorganisatiewaarde’. Dit begrip vormt de Nederlandse vertaling van het in de Amerikaanse herstructureringspraktijk ingeburgerde begrip ‘reorganization value’, waaronder ‘the value of the reorganized firm’ wordt verstaan. De waardering van de geherstructureerde vennootschap wordt gebaseerd op een going concern-veronderstelling en de veronderstelling dat de vermogensstructuur verbetert of normaliseert.2 Het betreft een relatief nieuw waardebegrip in de Nederlandse context. De vaststelling van deze reorganisatiewaarde is geen juridische exercitie, maar een bedrijfseconomische. Gelet op de afbakening van dit onderzoek3 volsta ik op deze plaats met literatuurverwijzingen.4