Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.4.2.2:II.4.4.2.2 Bepaaldheidsvereiste en de goederenrechtelijke overeenkomst
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.4.2.2
II.4.4.2.2 Bepaaldheidsvereiste en de goederenrechtelijke overeenkomst
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS622299:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Bartels & Van Mierlo 2013 (3-IV), nr. 230. Zo ook Reehuis 2004, nr. 8.
Asser/Bartels & Van Mierlo 2013 (3-IV), nr. 227.
Reehuis 2004, nr. 24 en 77; Pitlo/ Reehuis & Heisterkamp 2012, nr. 117.
Hetgeen ik hierna opmerk omtrent de levering van een onroerende zaak is ook van toepassing op andere registergoederen, zoals zeeschepen, binnenschepen en luchtvaartuigen. Op deze registergoederen ga ik hierna evenwel niet expliciet in.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op de vraag hoe het bepaaldheidsvereiste voor goederenrechtelijke verhoudingen moet worden opgevat, geven Bartels & Van Mierlo het antwoord dat een goed bij de levering voldoende bepaald is wanneer naar objectieve maatstaven kan worden vastgesteld welk goed wordt overgedragen. Zij merken hierbij op dat het van de aard van het desbetreffende goed kan afhangen in welke mate bepaaldheid is geëist.1
Van de aard van het goed hangt af op welke wijze het goed dient te worden geleverd. Voor het gros van de goederen is voor de levering een akte vereist. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de levering van registergoederen (art. 3:89 BW), de levering van vorderingen (art. 3:94 BW), de levering van aandelen op naam in een NV of BV (art. 2:86 BW en 2:196 BW) en de levering van roerende zaken die niet in de macht van de vervreemder zijn (art. 3:95 BW). Voor de levering van roerende zaken die zich wél in de macht van de vervreemder bevinden, is evenwel geen akte vereist. Zij kan plaatsvinden door bezitsverschaffing of machtsverschaffing (art. 3:90 BW art. 3:91 BW).2 Deze bijzondere voorschriften omtrent de wijze waarop het goed dient te worden geleverd, zijn mede van belang voor de mate van bepaaldheid die geldt voor de overdracht van het goed.3
Omdat ik met behulp van een vergelijking met de goederenrechtelijke overeenkomst antwoorden tracht te vinden over hoe het bepaaldheidsvereiste voor goederenrechtelijke verhoudingen die hun grondslag vinden in een uiterste wilsbeschikking, dient te worden uitgelegd (zie hiervoor hoofdstuk 5) en in dit onderzoek onder andere de vraag centraal staat in hoeverre er ten aanzien van een erfstelling neergelegd in een uiterste wil (ofwel in een akte) kan worden gedelegeerd, zal ik in deze paragraaf geen aandacht besteden aan de bepaaldheid die geldt voor de levering door middel van bezitsverschaffing. Ik richt mijn pijlen enkel op de goederenrechtelijke overeenkomst die bestaat uit de wilsovereenstemming tussen partijen, neergelegd in een daartoe bestemde akte. Indien voor de levering van een goed een akte is voorgeschreven, dan ligt in die eis besloten dat ten tijde van de levering het over te dragen goed in de akte met voldoende bepaaldheid is omschreven.4 Welke mate van bepaaldheid is dan voldoende? Voor de mogelijkheden van wilsdelegatie ten aanzien van de erfstelling kan het antwoord op deze vraag van belang zijn. Het gegeven dat de erfstelling geen opvolging onder bijzondere titel (maar een opvolging onder algemene titel) inhoudt, zou er wellicht juist voor kunnen pleiten dat de erfgenamen en de erfdelen reeds met voldoende bepaaldheid in de akte, te weten de uiterste wil, moeten zijn omschreven. En dat dit niet ‘achteraf’, na het openvallen van de nalatenschap, kan geschieden. Door bijvoorbeeld omstandigheden of door een derde, die de erfstelling nader aanvult door te bepalen wie als erfgenaam optreedt en wat hij/zij verkrijgt.
Welke mate van bepaaldheid is vereist voor de leveringsakte van een registergoed, in het bijzonder een onroerende zaak?5 Op deze vraag ga ik de volgende paragraaf nader in.