De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.8.7.3:4.8.7.3 De omzetting van art. 25 van de Richtlijn
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.8.7.3
4.8.7.3 De omzetting van art. 25 van de Richtlijn
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400659:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het Schadevergoedingsorgaan zal de eventueel aan de benadeelde op grond van de tekst van de Wam vergoede schade immers niet kunnen verhalen op het schadevergoedingsorgaan of het waarborgfonds in de lidstaat waar het onverzekerde voertuig gewoonlijk is gestald.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Thans de regeling in de Wam van de materie van art. 25 van de Richtlijn, dat ziet op de situatie van de onverzekerde of onbekende veroorzaker.
Hier maakt de Wam gebruik van dezelfde omschrijving van de begrippen 'schade' en 'benadeelde' als bij de regeling van de materie van art. 24 van de Richtlijn. In art. 27o lid 1 onderdelen c en d wordt bepaald dat deze benadeelde voor deze schade het Schadevergoedingsorgaan kan aanspreken als de verzekeraar niet binnen twee maanden na het ongeval kan worden geïdentificeerd, dan wel indien het motorrijtuig niet kan worden geïdentificeerd. Omdat de omschrijving van het begrip 'schade' in art. 27j ook gevallen in derde landen omvat en omdat geen uitzondering wordt gemaakt voor de situaties van art. 27o lid 1 onderdeel c (de onverzekerde aansprakelijke), kan het Schadevergoedingsorgaan letterlijk gelezen ook dan worden aangesproken als een gewoonlijk in een andere lidstaat gestald, maar niet-verzekerd motorrijtuig in een derde land schade veroorzaakt aan een Nederlandse benadeelde. Dat de Wam het Schadevergoedingsorgaan in art. 27t in dit geval geen regresvordering op enige zusterorganisatie geeft, is wellicht wel een aanwijzing dat de wetgever het zo niet heeft bedoeld, maar het ontbreken van een regresactie regardeert de benadeelde, die op grond van de tekst van art. 27j jo. 27o Wam toegang tot het Schadevergoedingsorgaan claimt, toch niet.
Daarmee gaat de Wam - naar stellig moet worden aangenomen onbedoeld verder dan de Richtlijn voorschrijft. Dat dit een onbedoelde uitbreiding is, kan worden afgeleid uit het feit dat de wetgever in het algemeen nauwgezet de Richtlijn volgt en de afwijking niet motiveert.1 Het verdient aanbeveling deze kennelijke misslag recht te zetten.2