Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.3.2:4.3.2 Besluit algemene vergadering vereist
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.3.2
4.3.2 Besluit algemene vergadering vereist
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS343390:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art 2:96 BW is gebaseerd op art. 29 lid 1 van de Tweede EG-richtlijn. Dat artikel stelt als beginsel voorop dat kapitaalsverhogingen plaatsvinden krachtens een besluit van de algemene vergadering. Zie ook Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/339.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regeling omtrent uitgifte van aandelen door de nv is opgenomen in art. 2:96 BW. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat aandelen na oprichting slechts kunnen worden uitgegeven ingevolge een besluit van de algemene vergadering of van een ander vennootschapsorgaan dat daartoe bij besluit van de algemene vergadering of bij de statuten is aangewezen.1 Er moet dus tenminste een besluit zijn van de algemene vergadering. Dit besluit behelst ofwel (i) de uitgifte als zodanig, ofwel (ii) de aanwijzing van een ander orgaan dat dan vervolgens het besluit tot uitgifte neemt.
Omdat beschermingsprefs eerst zullen worden uitgegeven op het moment dat sprake is van oorlogstijd en op dat moment een snel en slagvaardig optreden wenselijk is, zal de algemene vergadering een ander vennootschapsorgaan – in de regel het bestuur, waarover hierna in paragraaf 4.3.4 – aanwijzen als het tot uitgifte van beschermingsprefs bevoegde orgaan. Zodoende hoeft geen algemene vergadering bijeengeroepen te worden om over de uitgifte van beschermingsprefs te besluiten. Het bijeenroepen en houden van een algemene vergadering zal een tijdrovende en kostbare aangelegenheid zijn. Bovendien bestaat de gerede kans dat de aandeelhouder die voorstellen doet die niet de steun hebben van het bestuur en de raad van commissarissen reeds een zodanig belang heeft weten op te bouwen, waarmee hij in staat is om de besluitvorming in die algemene vergadering naar zijn hand te zetten. In plaats van aanwijzing, wordt ook wel van delegatie van de emissie- of uitgiftebevoegdheid gesproken.2
Indien aan de algemene vergadering wordt voorgesteld om een ander orgaan aan te wijzen, dan dienen de volgende aspecten in ogenschouw genomen te worden:
de algemene vergadering dient een aanwijzingsbesluit te nemen (waarover in paragraaf 4.3.3);
het tot uitgifte bevoegde orgaan dient specifiek te worden aangeduid in het aanwijzingsbesluit (waarover in paragraaf 4.3.4);
het voorstel tot aanwijzing dient schriftelijk te worden toegelicht (waarover in paragraaf 4.3.5);
de verlening van de bevoegdheid tot aanwijzing kan zijn geclausuleerd (waarover in paragraaf 4.3.6);
bij het aanwijzingsbesluit moet worden bepaald hoeveel beschermingsprefs het aangewezen orgaan mag uitgeven (waarover in paragraaf 4.3.7);
bij het aanwijzingsbesluit moet de duur van de uitgiftebevoegdheid worden bepaald (waarover in paragraaf 4.3.8);
de aanwijzing kan telkens voor niet langer dan vijf jaren worden verlengd (waarover in paragraaf 4.3.9);
de aanwijzing kan niet worden ingetrokken, tenzij bij de aanwijzing anders is bepaald (waarover eveneens in paragraaf 4.3.9).