Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.3.2:6.3.2 Situaties waarin bewust een pleitbaar standpunt is ingenomen
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.3.2
6.3.2 Situaties waarin bewust een pleitbaar standpunt is ingenomen
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS566219:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eerder in dit onderzoek, in hoofdstuk 3, ben ik reeds vooruitgelopen op de beoordeling of een belastingplichtige die ten tijde van het doen van zijn aangifte bewust een pleitbaar standpunt heeft ingenomen dat naar objectieve maatstaven ook pleitbaar blijkt te zijn, aan de drie vereisten voor voorwaardelijk opzet voldoet.
Als een belastingplichtige op het moment van het doen van de aangifte een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt heeft ingenomen waarvan hij wist of meende te weten dat het pleitbaar was, is aan twee van de drie vereisten voor voorwaardelijk opzet voldaan. De kans dat de aangifte onjuist is, is bij een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt doorgaans groot genoeg om aanmerkelijk te worden genoemd.1 Voorts is de belastingplichtige als hij bewust een pleitbaar standpunt inneemt, zich er ook van bewust dat dit standpunt en daarmee de aangifte mogelijk onjuist zijn. Dit wil echter nog niet zeggen dat de vaststelling van voorwaardelijk opzet onder deze omstandigheden onontkoombaar is. Zowel in het fiscale boete- als in het fiscale strafrecht is namelijk ook nog vereist dat de belastingplichtige heeft aanvaard dat zijn aangifte onjuist is. Bij een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt is de kans dat de aangifte onjuist is doorgaans weliswaar aanmerkelijk, maar niet zo groot dat de aanvaarding zonder meer is af te leiden uit het weten dat de aangifte mogelijk onjuist zal zijn en het toch indienen van die aangifte.2
De vraag wanneer onder deze omstandigheden van aanvaarding kan worden gesproken is in hoofdstuk 3 nog onbeantwoord gebleven. Deze vraag zal ik in dit hoofdstuk alsnog beantwoorden, hierna in eerste instantie aan de hand van invulling van het aanvaardingsvereiste die uit het eerste HIV-arrest volgt. Verderop in dit hoofdstuk zal – als voorstel voor een eenduidige juridische behandeling – nog een afwijkende invulling van het aanvaardingsvereiste aan de orde komen.
6.3.2.1 Standpunt op het oog, geweten dat het pleitbaar en daarmee mogelijk onjuist was en verondersteld dat het uiteindelijk onjuist zou zijn6.3.2.2 Standpunt op het oog, geweten dat het pleitbaar en daarmee mogelijk onjuist was, maar verondersteld dat het uiteindelijk juist zou zijn