Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.3.2.1
6.3.2.1 Standpunt op het oog, geweten dat het pleitbaar en daarmee mogelijk onjuist was en verondersteld dat het uiteindelijk onjuist zou zijn
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS572334:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
J.W. Ilsink, ‘Enkele gedachten over het fiscale pleitbare standpunt in strafzaken’, in: Draaicirkels van formeel belastingrecht, Amersfoort: Sdu 2009, p. 207-208: “… degene die een belastingaangifte doet waarvan hij niet zeker weet of deze juist is maar die goede argumenten meent te hebben waarom die aangifte toch zo kan worden ingediend, kan onder bepaalde omstandigheden willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaarden dat hij een onjuiste aangifte doet. Dan is – ondanks het hebben van een pleitbaar standpunt – toch sprake van opzettelijke overtreding van art. 69 AWR, dus van een strafbaar feit.”
Opzet bij een onjuiste, maar pleitbare aangifte kan in de derde plaats worden vastgesteld als de belastingplichtige op het moment van het doen van de aangifte wist of meende te weten dat het in de aangifte ingenomen standpunt pleitbaar, maar daarmee ook mogelijk onjuist was, uiteindelijk heeft verondersteld dat het standpunt en daarmee de aangifte onjuist zouden zijn en zich door die veronderstelling niet heeft laten weerhouden van het indienen van zijn mogelijk onjuiste aangifte.1
Een belastingplichtige vennootschap die na alle argumenten te hebben afgewogen uiteindelijk tot de conclusie is gekomen dat het weliswaar verdedigbaar is dat een dividenduitkering ontvangen van een buitenlandse hybride deelneming onder de deelnemingsvrijstelling valt, maar dat de reële mogelijkheid bestaat dat een beroep op de deelnemingsvrijstelling en in vervolg daarop de aangifte onjuist zijn en ondanks die conclusie dit standpunt toch in haar aangifte heeft ingenomen heeft, als de dividenduitkering inderdaad niet onder de deelnemingsvrijstelling blijkt te vallen, met voorwaardelijk opzet een onjuiste aangifte gedaan.