Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/6.4.2.4
6.4.2.4 De opvatting van Napoleon
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS419565:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Fenet 1836, XV, p. 229 e.v. Tronchet wees er wederom op dat de Loi du 11 Brumaire an VII, net als zijn voorganger uit 1673 fiscaliteit tot doel had. Fenet 1836, XV, p. 287 e.v. Ook Fenet wees erop dat schuldeisers nog steeds konden worden benadeeld onder de Loi du 11 Brumaire an VII, omdat de schuldenaar na het verlijden van de eerste pandakte een tweede pandakte kon verlijden ten behoeve van een andere schuldeiser en dat de tweede eerder werd ingeschreven. Fenet 1836, XV, p. 290. Daarnaast keerde de commissie zich ook tegen de gedachte dat het systeem van de pays de nantissement superieur was aan het droit commun français. Volgens de commissie werd de registratie in een groot deel van de Franse pays de nantissement niet nageleefd. Bovendien kenden vooral de Belgische pays de nantissement minder legale pandrechten dan het droit commun français waardoor Belgische registers een beter overzicht gaven van alle pandrechten die een schuldenaar had gevestigd dan Franse registers. Zie: Fenet 1836, XV, p. 265 e.v.
Fenet 1836, XV, p. 303.
Fenet 1836, XV, p. 303.
Fenet 1836, XV, p. 325-6.
De Code civil heette gedurende de tijd dat Napoleon aan de macht was ook wel de Code Napoléon. Aan dit gebruik kwam volgens Fenet na de val van het keizerrijk een einde. Fenet 1836, I, p. CXXXIV.
Na de consultatierondewerd het ontwerp voorgelegd aan de Conseil d’Etat. Eerst kreeg de commissie die het ontwerp had opgesteld de gelegenheid om te reageren op de aandachtspunten die bij de consultatieronde naar voren waren komen. Ondanks alle kritiek op haar ontwerp, volharde de commissie in haar pleidooi tegen publiciteit en specialiteit van pandrechten.1 Toen mengde Napoleon zich in de discussie. Hij was overtuigd door de argumenten voor een systeem van publiciteit en specialiteit. In het verslag staat: ‘Le Premier Consul dit qu’il ne s’agit point de revenir sur ce système; il faut la publicité, il faut la spécialité.2 Hij wilde echter wel een uitzondering voor wettelijke pandrechten.3 Uiteindelijk was er een meerderheid voor een regeling van het pandrecht die voldeed aan zowel publiciteit als specialiteit.4 Deze regeling is in de Code civil terechtgekomen.5