Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.4.3:2.4.3 Tussenconclusie
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.4.3
2.4.3 Tussenconclusie
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS498716:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
‘Zicht op wetgeving’ (Kamerstukken II 1990/91, 22008, 1 en 2).
In die zin komt rechtszekerheid ter sprake in de toelichting op aanwijzing 2.6 die gaat over bestendigheid, in die op aanwijzing 2.41 over het beperkt houden van experimenteerregelingen, in die van 5.25 over het tijdig in regelgeving opnemen van beleidsregels, in die van aanwijzing 5.61 en 5.62 over zorgvuldigheid bij overgangsrecht en in die van aanwijzing 5.73 over de beperking van tijdelijke afwijkingen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tegenover de belangen van wetgeving via open normen, zoals beschreven onder 2.3, staan bezwaren. Deze zijn in het kader van die paragraaf vermeld. De aan open normen verbonden bezwaren die in de literatuur het meest centraal staan, zijn het triasbezwaar en het bezwaar van rechtsonzekerheid. Geconcludeerd is dat het triasbezwaar bij nader inzien niet zo sterk is, omdat de triasleer allerminst consequent in ons rechtsstelsel en nog minder in onze staatsrechtelijke praktijk verankerd is. Het bezwaar van rechtsonzekerheid is bij open normen wel duidelijk aanwezig. Dat sommige auteurs erop hebben gewezen dat rechtsonzekerheid niet in alle gevallen bezwaarlijk is, zelfs een positief effect kan hebben, en dat rechtsonzekerheid in bepaalde situaties voor relativering vatbaar is, doet nauwelijks af aan de betekenis van rechtsonzekerheid als – theoretisch en praktisch – bezwaar tegen open normen. Om die reden wordt rechtsonzekerheid, naast ruimte, in het navolgende onderzoek als criterium gehanteerd.
In het kader van het wetgevingsbeleid speelt rechtszekerheid maar een beperkte rol van betekenis. In de klassieke criteria van het wetgevings(kwaliteits)beleid uit ‘Zicht op wetgeving’ wordt rechtszekerheid niet genoemd.1 Dit komt vermoedelijk voort uit de opvatting dat wetgeving op zichzelf de rechtszekerheid dient. In de Aanwijzingen voor de regelgeving komt rechtszekerheid vrijwel alleen ter sprake wanneer het gaat om mogelijke inbreuken op de bestendigheid van de regelgeving.2 Het wetgevingsbeleid lijkt daarom vooralsnog constant te zijn in het toekennen van het meeste gewicht aan de voordelen van open normen.