Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.5.2
9.5.2 Burgerschap als dynamische notie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977424:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
W.R.E. Velema, ’Beschaafde republikeinen. Burgers in de achttiende eeuw´, in: Aerts & Te Velde (red.) 1998, p. 83-89.
W. Langeveld, ´Er ontbreekt een stuk politieke opvoeding. Jongste kiezers niet gemotiveerd’ Brabants Dagblad 13 oktober 1972 en H. van Gessel, ´Politiek in de school’, De Volkskrant 11 oktober 1972.
Hendriks 2006, p. 129-130; Savater 2013, p. 9 e.v.
Fockema Andreae 1906, Posthumus-Van der Goot & De Waal (red.) 1948, Schimmel 1966 en O. Moorman van Kappen, ’Iets over ons oud-vaderlands staatsburgerschap’, Gens Nostra XLI, 1986, p. 180 e.v.
De Monté ver Loren 1982, p. 261.
C. Gelinck, ’Seksueel burgerschap’, M & P 2014, 5, p. 12-15.
S. Verhoeven 2012 en G. Zijlstra, ’Grenzeloos naoberschap, CDA Bestuursforum 2017, 2, p. 6.
Wet bevordering actief burgerschap en sociale integratie 9 december 2005, Stb. 2005, nr. 678, J. Bron 2006 en 2009 en C.W. Maris van Sandelingenambacht, ‘Sociale cohesie en rechtvaardigheid in een multiculturele rechtsorde´, in: Brugmans & Buijsen (red.) 2003, p. 68-98.
Paus Franciscus, Laudato Si, nrs. 200-201, Vaticaanstad 2017 (ecologisch burgerschap).
Brugmans 2005, p. 116-117.
Formeel constitutioneel staatsburgerschap
Burgerschap (civitas) is geen ‘gestold begrip’.1 Het ziet op de bereidheid en het vermogen van de burgers om op basis van gelijke rechten en plichten te participeren in de samenleving en daaraan een bijdrage te leveren.2 Al vanaf de oude Grieken geeft iedere cultuurgemeenschap hieraan een eigen inkleuring.3 Burgerschap is een omvattende notie met formele (verticale) en materiële (horizontale) dimensies. De formele dimensie valt reeds eeuwen grotendeels samen met het constitutioneel staatsburgerschap, het lid zijn van een staat.4
Materieel psychosociaal burgerschap
Het concept burger (destijds poorter) stamt uit de twaalfde eeuw in opkomende steden. In 1795 is het met de Bataafse omwenteling ook op het platteland ingevoerd en veralgemeniseerd. Tussen poorterschap en staatsburgerschap bestaat een formele continuïteit.5 In materiële zin is burgerschap psychosociaal.6 Het kenmerkt zich door burgerzin, empathie en betrokkenheid7 op een nastrevenswaardige rechtvaardige samenleving8 en kent maatschappelijke, culturele en politieke dimensies.9 Daarom moeten scholen leerlingen op het maatschappelijk vlak (social education), cultureel vlak (civil education) en politiek vlak (value en civic education) vormen.10