Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.7.3
9.5.7.3 Doorwerking van een besluit van de NMa en buitenlandse mededingingsautoriteiten
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581149:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie Waelbroeck, Slater & Evan-Shoshan 2004 (Ashurst-rapport), p. 109.
Waelbroeck, Slater & Evan-Shoshan 2004 (Ashurst-rapport), p. 69.
Zie Waelbroeck, Slater & Evan-Shoshan 2004 (Ashurst-rapport), p. 69 en de daarbij horende individuele landenrapporten betreffende Litouwen en Malta.
Zie Waelbroeck, Slater & Evan-Shoshan 2004 (Ashurst-rapport), p. 69 en de daarbij horende individuele landenrapporten betreffende Tsjechië, Griekenland, Slovenië, Zweden en Groot-Brittannië.
Zie Waelbroeck, Slater & Evan-Shoshan 2004 (Ashurst-rapport), p. 69 en de daarbij horende individuele landenrapporten betreffende Hongarije, Polen en Oostenrijk.
Waelbroeck, Slater & Evan-Shoshan 2004 (Ashurst-rapport), p. 70.
Waelbroeck, Slater & Evan-Shoshan 2004 (Ashurst-rapport), p. 70.
Voor wat betreft de NMa en eventuele buitenlandse mededingingautoriteiten is de zaak minder duidelijk dan voor de Commissie. De gemeenschapstrouw van artikel 10 EG speelt hier geen rol en ook de lijn zoals door het HvJ EG uiteengezet in de zaak Masterfoods kan hier niet worden gevolgd.
Uit het Ashurst rapport blijkt dat alle lidstaten erkennen dat besluiten van de nationale mededingingsautoriteiten en buitenlandse mededingingsautoriteiten als bewijs kunnen worden gebruikt bij de verkrijging van schadevergoeding op grond van schending van het mededingingsrecht (wel wordt in de meeste lidstaten minder waarde gehecht aan beslissingen van buitenlandse mededingingsautoriteiten).1 Uit het onderzoek blijkt dat in de meeste lidstaten dergelijke besluiten niet direct bindend zijn voor de burgerlijke rechter (á worden in Cyprus, Estland en Frankrijk beslissingen van de nationale mededingingsautoriteit als cruciaal bewijs gezien en zijn ook in Ierland en Italië besluiten van mededingingsautoriteiten moeilijk te weerleggen in civiele procedures).2 Wel zijn er opvallende uitzonderingen in de EU. Zo is in Litouwen en Malta bij wet geregeld dat documenten van een mededingingsautoriteit (nationale en buitenlandse mededingingsautoriteiten) een hogere bewijskracht hebben dan andere bewijsstukken3 Tsjechië, Griekenland, Slovenië, Zweden (alleen indien het besluiten betreft omtrent de verlening van individuele excepties) en Groot-Brittannië gaan zelfs nog verder door besluiten van de nationale mededingingsautoriteiten bindend te verklaren voor de nationale rechter.4 Hongarije hanteert een systeem waarbij de uiteindelijke oordelen van de mededingingsautoriteit bindend zijn voor de nationale rechter. In Polen en Oostenrijk is het zo dat rechterlijke uitspraken waarin een mededingingsinbreuk wordt vastgesteld bindend zijn voor de rechter die de schadevordering behandelt.5
Duitsland heeft sinds de inwerkingtreding van het 7e amendement op de Gesetz gegen Wettbewerbsbeschränkungen de meest vergaande oplossing. De definitieve besluiten van de eigen mededingingsautoriteit, mededingingsautoriteiten van andere EU lidstaten, nationale rechters van andere EU lidstaten (indien deze rechters als taak hebben in mededingingszaken bestuursrechtelijke besluiten te nemen of in beroep moeten oordelen over dergelijke bestuursrechtelijke besluiten) en de Commissie zijn bindend voor de partijen die bij een vordering tot verkrijging van schadevergoeding zijn betrokken.
In een aantal lidstaten (Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland en Hongarije) bestaat een procedure waarbij de nationale mededingingsautoriteiten niet bindende opinies aan de nationale rechter kunnen geven.6 In Frankrijk wordt veelvuldig gebruik gemaakt van deze procedure, waarbij de opinies vaak een doorslaggevende rol spelen in de civiele procedure. Opvallend is dat de Franse mededingingsautoriteit haar eigen opsporingsbevoegdheden mag gebruiken bij de samenstelling van het rapport voor de civiele rechter. In Spanje kan de burgerlijke rechter een niet bindend advies over schadevergoeding vragen aan de speciale rechtbank voor mededinging.7
In Nederland zal het feit dat de NMa, de Commissie of een buitenlandse mededingingsautoriteit een inbreuk op het mededingingsrecht heeft vastgesteld een veelal doorslaggevende rol spelen bij de vraag of sprake is van een mededingingsovertreding. Dat kan zowel via de weg van de formele rechtskracht (bij de Commissie kan beter worden gesproken over de bindende rechtskracht, zie § 9.5.7.2) als via de weg van de vrije waardering van bewijs ex artikel152 lid 2 Rv. In de nu volgende paragraaf behandel ik de eventuele formele rechtskracht van een besluit van de NMa. In § 9.5.7.5 behandel ik de weg van de vrije waardering van bewijs.