Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.7.2:4.7.2 Voorstellen en intrekking initiatiefwetsvoorstel-Schuring c.s. 1977
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.7.2
4.7.2 Voorstellen en intrekking initiatiefwetsvoorstel-Schuring c.s. 1977
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977229:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voorgaande overwegingen leiden tot de volgende wijzigingsvoorstellen:
Artikel 1: artikel 7, 8, 9, 10, 16, 17, 18 en 35 Wvo. Toegevoegd wordt 18a:
Staatsinrichting, recht en maatschappijleer zijn in artikel 7-18 verplichte vakken die op elkaar aansluiten op vwo/havo twee-uur-per-week.
Staatsinrichting en recht zijn ook keuze-examenvakken.
Artikel 2: bevoegdheid geschiedenis en staatsinrichting voor doctorandi, indien staatsinrichting deel van het doctoraalexamen (artikel 108 OWvo).
Artikel 3: het vervallen van bevoegdheid geschiedenis en staatsinrichting voor de bezitters van MO-Geschiedenis.
Artikel 4: het in overeenstemming brengen van besluiten op grond van de van kracht zijnde onderwijswetten met bepalingen van deze wet.
Artikel 5: inwerkingtreding op 1 augustus 1971.
Schoolleiders en staatsinrichting
In een bespreking in 1972 over de implementatie van het vak geschiedenis en staatsinrichting merkt De Ru in Schoolleiders en het staatsinrichtingonderwijs het onderbrengen van staatsinrichting bij geschiedenis aan als ’het ombrengen ervan’.1 Hij vraagt waakzaamheid van het schoolbestuur voor twee vakken. ‘Het vak heet niet voor niets geschiedenis en staatsinrichting, en niet geschiedenis, waaronder staatsinrichting’, stelt De Ru.2 Eerder werpt hij zich op als een hoeder van het vak staatsinrichting. Zo ziet hij ‘het onder de hoede moeten nemen door maatschappijleer van staatsinrichting’ als hardnekkig misverstand: ‘Staatsinrichting is gecombineerd met geschiedenis, en niet met maatschappijleer: ‘het onderwijs in staatsinrichting moet expliciet zijn’.3 De Ru ziet twee manieren, waarop het onderwijs in staatsinrichting is te realiseren: ten eerste blijven docenten staatsinrichting hun vak geven en bij voorkeur in de vierde klas vwo en ten tweede zijn twee cijfers te geven: één voor geschiedenis en één voor staatsinrichting. Hij adviseert één extra uur staatsinrichting op vwo/havo voor de niet-keuzevakkers geschiedenis en staatsinrichting.4