Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.6.1:8.6.1 Inleiding
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.6.1
8.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186676:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie MvT, Van der Feltz II, p. 145, HR 18 mei 1990, NJ 1991/412 (CLBN/Janssens), r.o. 3.2, Polak/Polak 1972, p. 299 en Polak/Pannevis 2017, p. 341.
Zie Polak/Pannevis 2017, p. 341, Soedira 2011, p. 66 e.v. Vgl. HR 31 januari 1992, NJ 1992/686 (Van der Hoeven/Comtu).
Zie Soedira 2011, p. 70 e.v. en Polak/Pannevis 2017, p. 341.
Zie ook par. 8.2.5 en 7.3.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
529. Een faillissementsakkoord is een overeenkomst tussen de failliet en zijn schuldeisers.1 De uitvoering van die overeenkomst komt in de plaats van de vereffening van de faillissementsboedel conform de Faillissementswet.
De gevolgen van een akkoord worden door het faillissementsakkoord zelf geregeld. De belangrijkste twee vormen van akkoorden zijn percentage-akkoorden en liquidatie-akkoorden. Bij percentage-akkoorden krijgen alle schuldeisers een betaling van een deel van hun vordering toegezegd. De rest van hun vordering wordt een natuurlijke verbintenis.2 Bij een liquidatie-akkoord wordt de boedel wel geliquideerd, maar dan op basis van de regels die het akkoord daarvoor stelt, in plaats van de bepalingen van de Faillissementswet.3
Dergelijke faillissementsakkoorden regelen meer dan alleen de wijze van beheer van de faillissementsboedel. In een faillissementsakkoord kan de wettelijke regeling voor de afwikkeling van het faillissement, de executie van het vermogen van de failliet en de verdeling van de executie-opbrengst worden vervangen door een andere wijze van afwikkeling en een andere verdeling van de opbrengst. Daarom spelen rangverschillen bij een faillissementsakkoord een grotere rol dan bij de andere hiervoor behandelde inspraakrechten. Hierdoor wreekt zich in de regeling van het akkoord meer dan bij andere inspraakrechten dat de wetgever geen rekening heeft gehouden met achtergestelde vorderingen.
530. Hoewel een faillissementsakkoord een overeenkomst is komt het niet tot stand door een aanbod en aanvaarding van alle partijen die daaraan gebonden worden. Een faillissementsakkoord wordt door de schuldenaar aangeboden en door schuldeisers aanvaard bij meerderheid van stemmen.4 Als het akkoord tot stand komt zijn ook de tegenstemmende schuldeisers en schuldeisers die niet hebben gestemd daaraan gebonden.5 Dit vereist waarborgen met betrekking tot de totstandkoming en de inhoud van het akkoord. De inspraakrechten van schuldeisers, in het bijzonder hun stemrecht, de mogelijkheid om op te komen bij de homologatie en de rechterlijke toetsing van het akkoord tijdens de homologatie functioneren als waarborg.6 Deze inspraakrechten komen hierna nader aan bod.
Net als bij andere onderwerpen wordt in deze paragraaf zoveel mogelijk gezocht naar oplossingen die aansluiten bij het huidige systeem van de wet en de aard van de achterstelling. In sommige gevallen levert dat geen bevredigende oplossingen op. Dan worden voorstellen gedaan voor wetswijziging.
531. De inspraakrechten van schuldeisers bij de totstandkoming van een akkoord kunnen niet los worden gezien van de mogelijkheid het akkoord op te leggen aan schuldeisers die niet daarmee instemmen. Voor de behandeling van het stemrecht en de homologatie moet dus eerst de gebondenheid van achtergestelde schuldeisers aan het akkoord en de inhoud daarvan worden behandeld. Dat gebeurt in paragraaf 8.6.3 en 8.6.4. Daarna komt het stemrecht van een achtergestelde schuldeiser aan bod in paragraaf 8.6.5. Paragraaf 8.6.6 gaat over de mogelijkheden van een achtergestelde schuldeiser om zich tegen de homologatie te verzetten.
De nadruk ligt hierna op vorderingen die zijn erkend als eigenlijk achtergestelde vorderingen. Vorderingen die oneigenlijk zijn achtergesteld en zijn erkend conform de oneigenlijke achterstelling worden ook in de context van een faillissementsakkoord als zodanig behandeld.7 Die vorderingen komen hierna apart aan bod in paragraaf 8.6.2. De rest van deze paragraaf gaat over eigenlijk achtergestelde vorderingen. Daarom wordt in de rest van deze paragraaf met ‘achtergestelde vorderingen’ gedoeld op eigenlijk achtergestelde vorderingen. Het faillissementsakkoord wordt hierna ook wel aangeduid als het akkoord.