Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.5.6:3.5.6 Een strenger regime voor bepaalde schuldenaren
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.5.6
3.5.6 Een strenger regime voor bepaalde schuldenaren
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS495032:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het systeem van het BGB ontstaat de verplichting tot vergoeding van de wettelijke rente pas wanneer een toewijsbare vordering aanhangig wordt gemaakt (§292) of wanneer een schuldenaar in verzuim is. §819 lid 1 bepaalt dat een schuldenaar die op de hoogte is van het ontbreken van de rechtsgrond op dezelfde wijze aansprakelijk is als degene tegen wie een vordering aanhangig is gemaakt.
BGH NJW 1999, 1636.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
§818 lid 4 en §819 geven een regeling voor de schuldenaar die weet of behoort te weten dat hij het ontvangen voordeel moet teruggeven, of die rekening moet houden met een dergelijke verplichting. Vanaf het moment dat de verrijkingsschuldenaar met de verplichting tot teruggave rekening moet houden, wordt hij niet langer beschermd tegen het wegvallen van de verrijking. De vermindering van de ontvangen verrijking mag hij daarom niet afwentelen op de verrijkingsschuldeiser. Ook is hij verplicht de wettelijke rente te betalen die vanaf dat moment verschuldigd wordt.1
Een schuldenaar moet rekening houden met een terugbetalingsverplichting wanneer hij op de hoogte is van het ontbreken van de rechtsgrond, wanneer een beroep wordt gedaan op vernietiging van de rechtsgrond of wanneer de schuldenaar op de hoogte is van feiten die tot een vernietiging kunnen leiden.
Bovendien moet de schuldenaar rekening houden met een verplichting tot terugbetaling als het nietige of vernietigde contract zelf in terugbetaling voorzag. Zo weet degene die geld leent, dat hij op grond van de kredietovereenkomst de verplichting heeft om het geleende geld terug te betalen. Wanneer blijkt dat de kredietovereenkomst nietig is, vervalt de verplichting uit de overeenkomst tot terugbetaling. Daarvoor in de plaats komt de verplichting uit hoofde van §812 om het ontvangen geld terug te betalen. Weliswaar hoefde de schuldenaar niet per se rekening te houden met een verplichting uit hoofde van §812, maar hij wist dat hij verplicht zou zijn om het geld terug te betalen.2 Hij kan daarom geen beroep doen op §812.