Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.1.3
2.4.1.3 De zoektocht naar het rechtskarakter van de btw
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS495403:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Voetnoten
Voetnoten
Van Kesteren 1994, p. 56-57.
Hoewel de uiterlijke kenmerken van de btw weinig over het rechtskarakter zeggen, kunnen zij wel behulpzaam zijn om de oorspronkelijke doelstellingen van de (unie)wetgever te achterhalen. Zo stelde Cnossen (2010, p. 18), die in een drietal studies verschillende btw-systemen met elkaar vergelijkt: ‘The nature of the VAT can be best understood by comparing it to (…) broad-based consumption taxes, which are levied or have been proposed in the U.S., the EU, or in the tax literature.’
Van Doesum 2009, p. 27.
Verwezen wordt bijvoorbeeld naar het voorstel voor de Zesde richtlijn en de (artikelsgewijze) toelichting daarop van de Europese Commissie (COM (73) 950, 20 juni 1973). Een Nederlandse vertaling is te vinden in V-N 1973/18A, p. 717 e.v.
Zoals Van Kesteren al stelde1 is het bepaald geen sinecure te achterhalen op welke wijze de wetgever zijn oorspronkelijke doelstellingen in bestaande wetgeving heeft verwerkt. De wet (of beter: het recht) zal hiervoor met chirurgische precisie moeten worden ontleed.2 De oorspronkelijke intenties van de (unie)wetgever zijn immers niet altijd zonder meer kenbaar en kunnen gedurende de rit zijn bijgesteld: wat wenselijk of ideaal is, verschilt namelijk per persoon, per plaats en in de tijd.3 Bovendien zijn de oorspronkelijke doelstellingen niet altijd aan het papier toevertrouwd of beschikbaar gemaakt voor het grote publiek. Anders dan in het nationale wetgevingsproces, waarin de doelstellingen van de wetgever veelal liggen verankerd in een memorie van toelichting op de wet, worden de doelstellingen van de Uniewetgever slechts summier gepubliceerd.4
In navolgende paragrafen (2.4.2–2.4.4) tracht ik het rechtskarakter van de huidige btw op alle drie de fronten (wie, wat en welke wijze) te achterhalen. Aangezien het rechtskarakter zowel voor het Unierecht als voor het nationale recht als toetssteen kan dienen (immers de kwaliteit van het recht kan eraan worden getoetst) en de onderzoeksvraag van deze studie daartoe aanleiding geeft, doe ik dit zowel op Unierechtelijk als op nationaalrechtelijk niveau. Voor zover het Unierecht van het nationale recht verschilt, zal ik dit expliciet benoemen. Voordat ik inzoom op de oorspronkelijke doelstellingen van de Uniewetgever en de nationale wetgever, sta ik eerst stil bij de objectieve kenmerken van de Btw-richtlijn en de Wet OB 1968, om vast te stellen wie, wat en op welke wijze er wordt belast. Vervolgens tracht ik aan de hand van de wets- en richtlijngeschiedenis (al dan niet gesteund door jurisprudentie van het HvJ) te achterhalen wie, wat en op welke wijze er belast zou moeten worden.