Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/1.2.4:1.2.4 Het begrip ‘niet-betaling’
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/1.2.4
1.2.4 Het begrip ‘niet-betaling’
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS501480:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek richt zich op niet-betaling in de btw. Hoewel een fiscale definitie van dit begrip nog zal volgen (paragraaf 3.3.2), is het belangrijk om dit begrip reeds op voorhand zo veel mogelijk af te bakenen. Onder niet-betaling versta ik de situatie waarin de afnemer de leverancier niet betaalt (voor een door de leverancier aan de afnemer verrichte prestatie), zonder dat de niet-betaling grondslag vindt in een overeenkomst tussen de leverancier en de afnemer of in een tenietdoening van een reeds bestaande overeenkomst tussen de leverancier en de afnemer. Met deze definitie beoog ik een onderscheid aan te brengen tussen enerzijds de situatie van niet-betaling en anderzijds de situatie waarin bijvoorbeeld een prijsvermindering wordt verleend (ook wel aangeduid als (partiële) kwijtschelding) of een bestaande overeenkomst wordt ontbonden. Net als ‘niet-betaling’ impliceren deze situaties een (gedeeltelijke) ontvangst van de vergoeding en daarmee een (gedeeltelijke) niet-betaling. Met niet-betaling doel ik dus op de (feitelijke) situatie waarin de leverancier de vergoeding niet ontvangt, omdat zijn afnemer zijn betalingsverplichtingen niet nakomt. De oorzaak van de niet-betaling acht ik daarbij niet relevant. Of de niet-betaling nu het gevolg is van het (al dan niet tijdelijke) onvermogen van de afnemer om aan zijn verplichtingen te voldoen, onwil om betalingsverplichtingen na te komen of simpelweg vergeetachtigheid is om het even. Ook de status van de afnemer speelt geen rol. Zoals we hiervoor reeds zagen worden veel gevallen van niet-betaling toegeschreven aan het faillissement van de afnemer, maar het kan bijvoorbeeld ook voorkomen dat de niet-betaling haar oorzaak vindt in een (aan het faillissement voorafgaande) surseance van betaling of dat de afnemer een fraudeur is.