Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.6.6:6.6.6 Invloed contante waarde op bedrijfswaardeberekening
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.6.6
6.6.6 Invloed contante waarde op bedrijfswaardeberekening
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS344316:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Nota van toelichting bij het Besluit waardering activa; RJ 2.02, alinea 212.
Zie ook M.N. Hoogendoorn, t.a.p., blz. 299.
T.a.p., blz. 60.
Zie Jaarboek Externe Verslaggeving 1995/1996, blz. 60-61.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meningen zijn verdeeld in hoeverre de contante waarde (van de verwachte toekomstige opbrengsten van een activum) invloed moet hebben op de bedrijfswaardeberekening. Voorstanders verwijzen naar relevante civielrechtelijke waarderingsregels1 die waardering op contante waarde voorschrijven. Zo stelt alinea 212 van R.J. 2.02 dat een juiste schatting in het kader van de contante waardeberekening een bedrijfsproces oplevert, dat uitsluitend bestaat uit opbrengsten uit hoofde van de rentevergoeding van het eigen vermogen.
Dienaangaande kan het volgende voorbeeld worden gegeven2:
Bedrijfswaarde machine per 31 december 1995 f 240 000.
In 1996 wordt een aan deze machine toe te rekenen netto-opbrengst verwacht van f 112 367. In de daaropvolgende vijf jaar is de geschatte toe te rekenen netto-opbrengst f 40 000 per jaar. De gemiddelde vergoeding op het vreemd vermogen bedraagt 10%. Op 31 december 1996 bedraagt de bedrijfswaarde op basis van het contant maken van de geschatte toekomstige netto-opbrengsten van de machine f 151 633. In dat jaar is de afschrijving van het activum gelijk aan f 88 367 (f 240 000 minus f 151 633). Dit betekent dat er een positief verschil bestaat tussen de netto-opbrengst van f 112 367 en de afschrijving van f 88 367 zijnde f 24 000. Dit positieve verschil is gelijk aan de vermogenskosten-voet te weten 10% van f 240 000.
Volgens de auteurs van het Jaarboek Externe Verslaggeving 1995/ 19963 daarentegen sluit de berekening van de bedrijfswaarde op basis van de contante waarde niet aan bij de internationale opvattingen dienaangaande. Omdat voorschriften omtrent de te hanteren rendementseis in de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving achterwege zijn gelaten, laat dit mogelijkheden open tot misbruik. De auteurs van het Jaarboek externe verslaggeving 1995/1996 menen dat bij het contant maken van de verwachte toekomstige opbrengsten verliezen ten onrechte naar voren worden gehaald omdat als gevolg van de afwaardering op lagere bedrijfswaarde de desbetreffende activiteit in de toekomst slechts de vrijval van de gedisconteerde rente oplevert. Dit leidt ertoe dat alle verwachte toekomstige verliezen van de desbetreffende activiteit onmiddellijk worden genomen op het moment dat wordt overgegaan tot waardering naar lagere bedrijfswaarde.4