Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.3.4.4
3.3.4.4 De houder van aandelen in het Nederlands giraal effectensysteem
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649706:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een uitgebreide weergave Asser/De Serière 2-IV 2018, nr. 651 e.v.
Oosterhoff 2017, p. 11; Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019, nr. 313; Schim 2006, p. 117-118.
In gelijke zin Oosterhoff 2017, p. 11; Struycken & Schim 2008, p. 119-120.
In gelijke zin Asser/De Serière 2-IV 2018, nr. 664.
Zie bijv. Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019, nr. 313; Winter 2001, p. 85-91 en OK 15 mei 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1685, JOR 2008/196 m.nt. Assink (ABN AMRO).
Preambule sub 11 Aandeelhoudersrichtlijn. Waarover Oosterhoff 2017, p. 13.
Vgl. Uniken Venema 2003, p. 95; Struycken & Schim 2008, p. 116; wat betreft het enquêterecht Spruitenburg 2018, p. 52 en in het kader van de uitkoopprocedure Salemink 2014, p. 129 e.v.
Aandelen die aan een beurs worden verhandeld, zijn opgenomen in een giraal effectensysteem. In Nederland is het giraal effectensysteem geregeld in de Wge. Het systeem werkt als volgt.1 Aandelen worden bewaard door een aangesloten instelling (bijvoorbeeld een bank) en vallen op grond van art. 10 Wge in een verzameldepot. Dit verzameldepot is een gemeenschap (art. 12 Wge). Degene die het aandeel kocht wordt deelgenoot in de gemeenschap. De aangesloten instellingen geven de aandelen in bewaring aan een centraal instituut (Euroclear Nederland). Euroclear Nederland houdt voor elk soort aandelen een centraal verzameldepot aan. Dit is het girodepot als bedoeld in art. 34 Wge. In art. 10 aanhef en sub c Wge is bepaald dat de deelgenoten in de verzameldepots ook deelgenoot in het girodepot zijn. Degene die het aandeel kocht, is geen aandeelhouder in de zin van Boek 2 BW. Hij houdt een aandeel in een gemeenschap. Dit is een recht op naam van eigen aard.2
De intermediair is belast met het beheer van het verzameldepot (art. 11 lid 1 Wge), en het centraal instituut met het beheer van het girodepot (art. 36 lid 1 Wge). Waar het bedoelde beheer uit zou moeten bestaan, wordt niet nader omschreven. In art. 11 lid 3 respectievelijk art. 36 lid 3 Wge is wel bepaald wat in elk geval niet onder het beheer valt. Genoemd worden: het convoceren van een algemene vergadering, het uitoefenen van het vergader-, spreek- en stemrecht en het verzoeken van een enquête. In art. 15 Wge is ten aanzien van het stemrecht bepaald dat de intermediair desgewenst degene die het aandeel kocht in staat stelt dat recht uit te oefenen. Het centraal instituut draagt er op zijn beurt zorg voor dat de intermediair degene die het aandeel kocht in staat kan stellen het stemrecht uit te oefenen (art. 39 Wge). Het agenderingsrecht wordt in art. 11 lid 3 en art. 36 lid 3 Wge niet genoemd. Een redelijke wetsuitleg brengt evenwel met zich dat ook het agenderingsrecht niet door een intermediair of het centraal instituut mag worden uitgeoefend. Voorts brengt een redelijke wetsuitleg mijns inziens met zich dat art. 15 en art. 39 Wge naar analogie moeten gelden voor andere aandeelhoudersrechten dan het stemrecht.3 Als degene die de aandelen kocht het agenderingsrecht wenst uit te oefenen, dienen de intermediairs en het centraal instituut daaraan hun medewerking te verlenen.4 Praktisch gezien kan het overigens lastig zijn om dit te bewerkstelligen. De keten tussen degene die de aandelen kocht en het centraal instituut kan bestaan uit verschillende intermediairs. Dit doet zich met name voor bij grote NV’s (of BV’s) met een internationaal aandeelhoudersbestand.5
Hoewel de houder van het aandeel in het verzameldepot dus niet kwalificeert als een aandeelhouder in de zin van Boek 2 BW, wordt hij veelal wel zo behandeld.6 Blijkens de parlementaire geschiedenis strekt het regime van de Wge daar ook toe.7 Bovendien past het bij de benadering van de Aandeelhoudersrichtlijn om de houder van een aandeel in het verzameldepot zo veel mogelijk gelijk te stellen met de aandeelhouder.8 Als het gaat om in het Nederlands giraal effectensysteem opgenomen aandelen is aldus de houder van het aandeel in het verzameldepot de agenderingsgerechtigde.9 Het centraal instituut en de intermediairs hebben geen agenderingsrecht.