Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.2.7.1:II.2.7.1 Inleiding
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.2.7.1
II.2.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460501:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schuld als element kwam eerder aan bod in par. II.2.4.
De Jong onderscheidt vijf betekenissen van schuld, in Kelk/De Jong 2019, p. 240-244.
Zie par. II.2.2.
In de literatuur wordt aangenomen dat voor ‘directe’ deelnemingsvormen zoals medeplegen dezelfde subjectieve eisen gelden als voor plegen. Zie par. II.5.2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf ga ik in op schuld als bestanddeel, dus opzet (dolus) of culpa. Voor misdrijven is opzet een normale voorwaarde voor de aansprakelijkstelling, en bij uitzondering wordt culpa vereist. Er zijn ook delicten (doorgaans overtredingen) die geen subjectief bestanddeel bevatten. De delictsomschrijving bevat dan slechts een verbod of een gebod van bepaalde gedragingen of omstandigheden en eventueel een kwalitatief bestanddeel. Voor het begaan van dergelijke delicten is opzet noch culpa vereist, maar nog wel schuld (‘verwijtbaarheid’) als element voor de strafbaarheid van de dader.1
Uit de voorgaande passage kan worden opgemaakt dat schuld verschillende betekenissen heeft. Om verwarring te voorkomen zet ik ze hierna op een rij. Schuld als element – ook wel aangeduid als ‘verwijtbaarheid’ – is een uitwerking van het adagium ‘geen straf zonder schuld’; het is een algemene strafrechtelijke aansprakelijkheidsvoorwaarde die onafhankelijk van de delictsomschrijving geldt. Als schuld als element afwezig is, volgt ontslag van alle rechtsvervolging.
Schuld als bestanddeel (wat ik doorgaans aanduid als ‘culpa’) is de tegenhanger van opzet. Schuld in deze betekenis wordt meestal in de rechtspraak en literatuur uitgelegd ‘aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid’. Er is sprake van opzet (ook wel bekend als ‘dolus’) als de verdachte willens en wetens handelt op een manier die strafbaar is.
Schuld heeft ook nog andere betekenissen. Zo wordt schuld soms gehanteerd als verzamelnaam voor zowel culpa als dolus. In dagelijks taalgebruik wordt schuld ook wel gebruikt als synoniem voor verantwoordelijkheid voor een bepaalde gebeurtenis (“het verkeersongeluk was zijn schuld”). In het kader van dit hoofdstuk zal ik proberen telkens te specificeren welke betekenis van schuld ik bedoel.2
Om een natuurlijk persoon met een leidinggevende functie aan te spreken als pleger van een milieudelict, zal hij steeds zelf het subjectieve bestanddeel (indien aanwezig) moeten vervullen. Ingevolge artikel 2 lid 1 WED bevatten vrijwel alle milieumisdrijven die vallen binnen de reikwijdte van de WED een subjectief bestanddeel,3 dus voor het plegen van deze delicten moet er bij de leidinggevende sprake zijn van opzet. Bij deelnemers hoeft in beginsel4 niet de door het delict benodigde opzet of schuld aanwezig te zijn; de deelnemingsvormen kennen allen een eigen opzetvereiste waardoor de deelnemer per definitie in een bepaald schuldverband staat tot de verboden gedraging. Opzet (en in mindere mate, schuld) speelt dus op verschillende manieren een rol bij de strafrechtelijke milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden, en daarom ga ik in deze paragraaf in op deze leerstukken.
Hierna bespreek ik in vogelvlucht de kenmerken van opzet en schuld als bestanddeel. Omdat er in het economische strafrecht discussie bestaat over de vraag in hoeverre voor economische delicten ook opzet vereist is op de wederrechtelijkheid van de gedraging, en omdat de uitkomst van deze discussie van belang is voor de vraag wanneer een leidinggevende een milieudelict begaat, sta ik in deze paragraaf ook stil bij ‘kleurloos opzet’ en ‘boos opzet’, en de toepasselijkheid van deze opzetvormen in het economische strafrecht.