Klachtdelicten
Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/5.4.2.1:5.4.2.1 De geschiedenis van het opportuniteitsbeginsel
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/5.4.2.1
5.4.2.1 De geschiedenis van het opportuniteitsbeginsel
Documentgegevens:
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946069:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de meeste juridische verhandelingen gaat de bespreking van de wet vooraf aan de bespreking van de praktijk. Dat is begrijpelijk omdat de rechtspraktijk normaliter vorm krijgt aan de hand van hetgeen in de wet is neergelegd. Ten aanzien van de geschiedenis en totstandkoming van het opportuniteitsbeginsel is het aangewezen die bespreking andersom aan te vangen. Daartoe is redengevend dat het opportuniteitsbeginsel in de praktijk is geboren en nadien is gecodificeerd. Tegen deze achtergrond volgt hierna eerst de bespreking van de wijze waarop het opportuniteitsbeginsel in de strafrechtspraktijk vorm kreeg, waarna wordt uiteengezet hoe en wanneer dit beginsel in de wet is verankerd.
5.4.2.1.1 De totstandkoming van het opportuniteitsbeginsel in de rechtspraktijk5.4.2.1.2 De totstandkoming van het opportuniteitsbeginsel in de wet