Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/10.3.2
10.3.2 Registratie op geluidsband of video
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Vastgesteld op 8 juni 2009, Stc. 2010, 11885 (i.w.tr. 1 september 2010).
Of het verhoor in het kabinet van de rechter-commissaris of ter terechtzitting dient te worden opgenomen, staat ter discretie van de rechter(-commissaris). Hiervoor bestaat geen regeling. Van deze mogelijkheid wordt in de praktijk slechts zelden gebruikgemaakt.
Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik 15 december 2008, Stc. 2008, 253.
Dit voorschrift was ook al van kracht in de oude zedenaanwijzing (zie voorgaande noot).
Op initiatief van de officier van justitie en de rechter of op verzoek van de verdediging kunnen delen van het verhoor wel aan het dossier worden toegevoegd. Deze banden krijgen dan de status van processtuk (zie de toelichting bij de Aanwijzing AVR).
Zie § 3.1 en 3.2 van het protocol auditief en audiovisueel registreren van verhoren (bijlage 2 bij de Aanwijzing AVR).
De aanwijzing dateert van 1 november 2010, Stcr. 2010, 19123.
In 2010 is de ‘Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten’ (hierna: Aanwijzing AVR) in werking getreden.1 De aanwijzing geldt alleen voor politieverhoren.2 Deze aanwijzing vervangt de daarvoor geldende richtlijn die zag op het opnemen van verhoren bij ernstige zedendelicten.3 Volgens de Aanwijzing AVR moeten de verhoren in de meer ernstige strafzaken auditief worden geregistreerd: het betreft 1) misdrijven waarop een strafbedreiging van twaalf jaar of meer staat, 2) misdrijven waarbij het slachtoffer is overleden of zwaar lichamelijk heeft opgelopen en 3) zedendelicten met een strafbedreiging van acht jaar of meer of seksueel misbruik in een afhankelijkheidsrelatie. Daarnaast kan de kwetsbaarheid van de verhoorde persoon of de aard van het verhoor aanleiding zijn voor verplichte audiovisuele registratie. Zo moet een verhoor altijd audiovisueel worden geregistreerd als dit wordt verricht of ondersteund door een gedragskundige. Als kwetsbaar worden aangemerkt minderjarigen onder de zestien jaar en personen met een (kennelijke) verstandelijke beperking of cognitieve functiestoornis. Indien zij worden gehoord in verband met een ernstig misdrijf vallend onder een van de hiervoor genoemde categorieën dan moet het verhoor verplicht op video worden vastgelegd. De Aanwijzing AVR schrijft tevens voor dat kinderen onder de twaalf jaar moeten worden verhoord in een speciale kindvriendelijke studio.4 Ook in de zaken waarin de Aanwijzing AVR geen verplichte auditieve of audiovisuele registratie voorschrijft, kan daartoe – na overleg tussen officier van justitie en de politie – toch worden overgegaan, indien de persoon van de betrokkene, de aard van de zaak of het verloop van het verhoor daartoe aanleiding geeft. Voor politieverhoren in lichte of meer doorsneezaken geldt geen verplichting tot auditieve of audiovisuele opname.
Indien een verhoor op beeld- of geluidsdrager wordt geregistreerd, wordt overigens steeds ook een ‘normaal’ proces-verbaal van het verhoor opgemaakt. De opnamen zijn immers primair bedoeld als hulpmiddel ten behoeve van de toetsbaarheid van het verhoor en fungeren als aanvulling op het procesverbaal en maken niet standaard deel uit van het procesdossier.5 Een woordelijke uitwerking aan de hand van de bandopname vindt blijkens de Aanwijzing AVR slechts plaats in bijzondere situaties en op uitdrukkelijk verzoek van de officier van justitie of de rechter-commissaris.6 In zedenzaken met zeer jeugdige slachtoffers schrijft de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik7 wel voor dat het verhoor zo veel mogelijk in vraag- en antwoordstijl dient te worden opgetekend, waarbij zowel de vraag als het antwoord in het proces-verbaal worden weergegeven. Ook moeten de tijdstippen waarop het verhoor is aangevangen en geëindigd, inclusief de eventuele pauzes, in het proces-verbaal worden vermeld. Hetzelfde geldt voor de handelingen die tijdens het verhoor hebben plaatsgevonden, zoals het tekenen van een situatie, het laten horen van geluidsfragmenten of het tonen van voorwerpen.
De Aanwijzing AVR is enkel van toepassing op de verhoren afgenomen bij de politie. Voor het auditief of audiovisueel registreren van verklaringen afgelegd in het kabinet van de rechter-commissaris of op het onderzoek ter terechtzitting bestaan geen nadere regels. Dit wordt overgelaten aan de discretie van de rechter-commissaris of de zittingsrechter en gebeurt slechts mondjesmaat.