De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.5.3.3:5.5.3.3 Nogmaals: de vermelding van het volledige economische belang
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.5.3.3
5.5.3.3 Nogmaals: de vermelding van het volledige economische belang
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649914:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De uitleg die aan het redelijk belang-vereiste gegeven moet worden, laat zulks niet toe. Het vereiste is in de wet opgenomen om ‘plagerijen’ tegen te gaan (Kamerstukken II 1926-1927, 27, nr. 2, p. 7). Zie verder par. 5.5.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 5.5.2.6 zette ik uiteen dat mag worden aangenomen dat het bepaalde in art. 5:25k bis Wft niet enkel geldt voor agenderingsverzoeken ex art. 2:114a BW, maar ook voor convocatie- en machtigingsverzoeken op de voet van art. 2:110 en 2:111/220 en 221 BW. De kapitaalverschaffer van een vennootschap die onder het toepassingsbereik van art. 5:25k bis Wft valt en die gebruik maakt van zijn wettelijke convocatierecht dient in zowel het convocatieverzoek als in het machtigingsverzoek zijn volledige economische belang in de vennootschap te vermelden. Uit par. 5.5.2.6 bleek dat het bestuur en de rvc een convocatieverzoek kunnen weigeren als in het verzoek niet het volledige economische belang is vermeld. De voorzieningenrechter heeft daarentegen naar huidig recht niet de mogelijkheid om de machtiging te weigeren als de kapitaalverschaffer heeft nagelaten om in het machtigingsverzoek zijn volledige economische belang te vermelden. In art. 2:111/221 lid 1 BW staat immers dat de voorzieningenrechter enkel toetst of de verzoekers “summierlijk hebben doen blijken, dat de in het vorige artikel gestelde voorwaarden zijn vervuld, en dat zij een redelijk belang hebben bij het houden van de vergadering”. Het vermelden van het volledige economische belang is een voorwaarde die niet in het ‘vorige artikel’, maar in art. 5:25k bis Wft wordt genoemd. Voorts kan niet worden volgehouden dat een redelijk belang bij het houden van de vergadering ontbreekt als de verzoekers niet hun volledige economische belang hebben geopenbaard.1 Voor de BV geldt nog dat de voorzieningenrechter de machtiging weigert als een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich tegen het houden van een algemene vergadering verzet. Ook daarvan is geen sprake als de vermelding van het volledige economische belang achterwege wordt gelaten. Thans bestaat aldus de situatie dat kapitaalverschaffers van vennootschappen die onder het toepassingsbereik van art. 5:25k bis Wft vallen in het convocatie- en machtigingsverzoek hun volledige economische belang dienen te vermelden, maar dat als dat niet gebeurt de voorzieningenrechter niet om enkel die reden een gevraagde machtiging kan weigeren. Het verdient daarom aanbeveling om de wet zodanig aan te passen dat de voorzieningenrechter die mogelijkheid wel krijgt. Voorts kan dan bij de wetswijziging in art. 5:25k bis Wft expliciet worden bepaald dat het voorschrift ook ziet op convocatie- en machtigingsverzoeken. Zoals ik in par. 5.5.2.6 liet blijken, kan daarover thans worden getwist.
In par. 5.4.1.4 zei ik al dat het, om het aan art. 5:25k bis Wft ten grondslag liggende doel te bereiken, beter zou zijn om voor het gebruik van het wettelijke agenderingsrecht een Haltepflicht (tot aan de algemene vergadering) in te voeren. Dit geldt evengoed ten aanzien van het gebruik van het wettelijke convocatierecht.