Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld
Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.2.5:5.2.5 De uitzonderingen en ontheffingen (Awb – AWR)
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.2.5
5.2.5 De uitzonderingen en ontheffingen (Awb – AWR)
Documentgegevens:
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285487:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Advies RvS en NR, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. B, blz. 32. Het betreft het huidige derde lid van art. 67 AWR.
Advies RvS en NR, Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. B blz. 26.
Dit wordt maar gedeeltelijk gecompenseerd door het subjectieve element in het object van de geheimhouding.
De ontheffingen geheimhouding worden (doorgaans) niet gepubliceerd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zowel art. 67 AWR als art. 2:5 Awb is bepaald dat de geheimhoudingsplicht niet geldt ingeval enig wettelijk voorschrift tot bekendmaking verplicht. De rechtsvergelijking leidt niet tot een andere uitkomst omdat de bepalingen, hoewel anders geredigeerd, inhoudelijk overeenkomen. Het verstrekken van fiscale gegevens aan betrokkenen zelf zou onder het Awb-regime ruimer zijn dan art. 67, tweede lid, onderdeel c, AWR omdat het vertrouwelijke karakter ontbreekt. De ministeriële regeling van art. 43c Uitv. Reg. AWR 1994 en de ontheffingsmogelijkheid van art. 67, derde lid, zijn echter principieel anders; bij de invoering van art. 2:5 Awb heeft de Raad van State geadviseerd een ontheffingsbevoegdheid op te nemen zoals destijds voorkwam in art. 67, tweede lid, AWR (oud).1 Dit advies werd bewust niet overgenomen. De zinsnede “voor zover enig wettelijk voorschrift tot mededeling verplicht”, zou een ontheffingsmogelijkheid overbodig maken.2Art. 2:5 Awb is derhalve op dit punt veel stringenter.3 Zowel de ministeriële regeling als de ontheffingsmogelijkheid van art. 67, derde lid, AWR creëren aanvullende rechten voor de Minister van Financiën. Het vereiste van een wettelijke grondslag draagt bij aan de transparantie en de rechtszekerheid,4 maar heeft als keerzijde dat van flexibiliteit en maatwerk geen sprake kan zijn.