Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/7.2.1
7.2.1 Ontwerp-1798, Ontwerp-Van der Linden en WNH: een introductie
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264497:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Van Gessel-De Roo 1991, p. XIII; Lokin, Zwalve & Jansen 2020, p. 360.
Van Gessel-De Roo 1991, p. XIII-XIV.
Van Gessel-De Roo 1991, p. XIV; Van Hoof 2015, p. 212.
Cerutti 1965, p. 39; Van Gessel-De Roo 1991, p. XIV.
Cerutti 1965, p. 51-58; Van den Berg 2006, p. 167 en p. 174; Lokin, Zwalve & Jansen 2020, p. 363-365.
Lokin, Zwalve & Jansen 2020, p. 363-365.
Cerutti 1965; Van Gessel-De Roo 1991, p. XIV; Van den Berg 2006, p. 168-169; Brandsma 2006, p. 227; Brandsma 2010, p. 35.
Van den Berg 2006, p. 168-169 en p. 174; Brandsma 2006, p. 246-247; Brandsma 2010, p. 35-36; Lokin, Zwalve & Jansen 2020, p. 363-365.
Van Gessel-De Roo 1991, p. XIV; Brandsma 2006, p. 245; Salomons 2010, p. 55-57; Van Hoof 2015, p. 216-217.
Van Gessel-De Roo 1991, p. XIV; Lokin, Zwalve & Jansen 2020, p. 365; Van Hoof 2015, p. 216-217.
In 1798 werd de eerste Bataafse codificatiecommissie ingesteld.1 Deze Commissie van Twaalf kreeg de opdracht codificaties op te stellen voor het burgerlijk recht, strafrecht en staatsrecht. Zeven commissieleden concentreerden zich op het burgerlijk recht. Van deze zeven zouden commissievoorzitter H.C. Cras (1739-1820) en H.A. Kreet (1740-1804) het zakenrechtelijke gedeelte van de codificatie uitwerken. De titels over het pandrecht kwamen van de hand van Kreet.2 Voor het vervolg van dit hoofdstuk zal ik dan ook spreken over het Ontwerp-Kreet. Het Ontwerp-Kreet vormde binnen het werk van de Commissie van Twaalf de enige regelgeving over goederenrechtelijke zekerheidsrechten.
Het werk van de Commissie van Twaalf strandde in 1806.3 Dat jaar trad een nieuwe codificator op de voorgrond: Joannes van der Linden (1756-1835). In twee jaar tijd zou deze Amsterdamse advocaat een Burgerlijk Wetboek ontwerpen: het Ontwerp-Van der Linden.4 Voor zijn ontwerp heeft Van der Linden veel ontleend aan het werk van de Commissie van Twaalf. Daarnaast steunde hij op het Rooms-Hollandse recht en de Franse Code civil.5 Het Ontwerp-Van der Linden zou nooit de status van wet krijgen. Onder invloed van Napoléon Bonaparte veranderde de Bataafse Republiek in een monarchie: het Koninkrijk Holland. De koning van deze staat was de jongere broer van Napoléon Bonaparte: Lodewijk Napoléon. Napoléon Bonaparte beval de invoering van zijn Code civil in de Nederlanden.6 De invoering van het Ontwerp-Van der Linden werd daarmee politiek onmogelijk. Koning Lodewijk Napoléon bood echter weerstand aan de wens van zijn broer. Hij voerde de Code civil niet in, maar stelde een commissie in die een Nederlandse variant op dit wetboek moest ontwerpen. Deze commissie moest van de Code civil afwijken waar de Nederlandse situatie daar om vroeg.7 Week de commissie inderdaad af van de Code civil, dan maakte zij veelal gebruik van het Ontwerp-Van der Linden.8 In het zekerhedenrecht is de invloed van het Ontwerp-Van der Linden zeer groot geweest. Behoudens enkele redactionele aanpassingen komen de regelingen van het pandrecht van het Ontwerp-Van der Linden en het WNH inhoudelijk overeen. Het WNH week bij het zekerhedenrecht vaak af van de Code civil.9 Zo heeft Van der Linden toch een grote stempel op het WNH gedrukt, hoewel zijn naam niet aan het Wetboek is verbonden. Het Ontwerp-Van der Linden en het WNH behandel ik dan ook samen. Het WNH trad op 1 mei 1809 in werking, en zou bijna twee jaar gelden, tot 1 maart 1811.10