Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.7.2.3
8.7.2.3 Te kleine of te grote klassen
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186739:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie de citaten in par. 8.7.2.1.
Zie Voorontwerp MvT, op WHOA, p. 7 en 30. Zo ook Tollenaar 2016, p. 109.
Vgl. Payne 2014, p. 46 en Tollenaar 2017c, p. 68.
Zie art. 381 lid 3 en lid 4 Voorontwerp WHOA en par. 8.6.6.4.
Art. 373 Voorontwerp WHOA en Tollenaar 2017c, p. 68. Zie ook Pilkington 2013, p. 70, Tollenaar 2016, p. 202, O’Dea, Long & Smyth 2012, p. 38 en Re Hawk Insurance Co Ltd [2001] EWCA Civ 241 [2002] B.C.C. 300. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat een cram down niet mogelijk is bij een scheme of arrangement. Die kan bij een tegenstemmende klasse überhaupt niet doorgaan.
575. Een klasse kan onjuist zijn gevormd omdat die te groot is of te klein.
Als de belangen binnen de klasse onderling teveel van elkaar verschillen dan bevat die te veel schuldeisers. Klassen die te veel schuldeisers omvatten kunnen afdoen aan het doel van de klassenindeling. Dan dreigen schuldeisers ondanks het klassensysteem overstemd te worden door schuldeisers met andere belangen. De maatstaven voor klassenvorming onder het Voorsontwerp WHOA, het Voorstel Richtlijn Preventieve Herstructurering, chapter 11 en de scheme of arrangement proberen dergelijke al te grote klassen te voorkomen.1 Schuldeisers met al te verschillende posities mogen niet in één klasse worden geplaatst.
Aan de andere kant van het spectrum staan kleine klassen. Strikt genomen bestaan daartegen geen bezwaren. Het Voorontwerp WHOA, het Voorstel Richtlijn Preventieve Herstructurering, chapter 11 en de scheme of arrangement verbieden de schuldenaar niet om schuldeisers met een vergelijkbare positie in verschillende klassen te plaatsen. De voorgestelde memorie van toelichting bij het Voorontwerp WHOA benadrukt zelfs dat het de schuldenaar vrijstaat om schuldeisers met vergelijkbare rechten onder te verdelen in verschillende klassen.2
De regeling voor de cram down schept echter wel een prikkel om de klassen niet te klein te maken, omdat individuele schuldeisers in een kleine klasse grote invloed kunnen hebben op de uitslag van de stemming in die klasse. Als een klasse uit één schuldeiser bestaat kan die in zijn eentje de stem van de klasse bepalen.3 Zodra één klasse tegenstemt is er een cram down nodig voor de homologatie van het akkoord. Daarvoor moet het akkoord aan strikte voorwaarden voldoen en moet een kostbare en tijdrovende waardering plaatsvinden. Dat hoeft niet als alle klassen instemmen met het akkoord. De kans dat alle klassen instemmen is groter als de klassen waarin tegenstemmers zitten zo groot zijn dat zij ook voldoende voorstemmers omvatten om de tegenstemmers te overstemmen.4 Mede daarom hoeft niet elk verschil tussen de rechten van schuldeisers aanleiding te zijn om hen in verschillende klassen te plaatsen.5 Bij al teveel verschillende klassen kunnen individuele schuldeisers te gemakkelijk afdwingen dat het akkoord aan de vereisten voor een cram down moet voldoen.