De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/4.5:4.5 Verhouding csqn-toets besluitenaansprakelijkheid tot algemene civiele csqn-toets
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/4.5
4.5 Verhouding csqn-toets besluitenaansprakelijkheid tot algemene civiele csqn-toets
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284677:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
184. We zagen in de vorige paragraaf dat de besluitencausaliteitstoets in relatief eenvoudige casus al leidt tot hoofdbrekens, de noodzaak tot (stilzwijgende) aanpassing van de toets en de noodzaak te werken met aan het civiele recht vreemde hulpbegrippen. Dat verbaast, omdat de algemene civiele csqn-toets een relatief eenvoudig hanteerbaar criterium is. Deze paragraaf onderzoekt daarom of de besluitencausaliteitstoets daadwerkelijk aansluit op het algemene civiele recht en, zo nee, op welke punten de toets daarvan afwijkt.
185. Ik betoog hierna dat de besluitencausaliteitstoets en de hulpbegrippen bij nadere beschouwing geen zuivere toepassing vormen van de algemene civiele csqn-toets, omdat het besluitenaansprakelijkheidsrecht in de volgende opzichten op fundamenteel niveau breekt met het algemene aansprakelijkheidsrecht:
Het besluitenaansprakelijkheidsrecht stelt niet het onrechtmatig gedrag van het overheidslichaam centraal, maar enkel het ‘onrechtmatig besluit’;
Het onderscheid tussen doen en nalaten speelt in het besluitenaansprakelijkheidsrecht en de besluitencausaliteitstoets nauwelijks een rol als gevolg van de focus op het ‘onrechtmatig besluit’ in plaats van op het onrechtmatig gedrag;
De besluitencausaliteitstoets is een fundamentele bijdenktoets;
Het besluitenaansprakelijkheidsrecht biedt geen eigenstandig leerstuk dat normeert welke alternatieve schadeoorzaken mogen worden bijgedacht.
Hierna licht ik toe waaruit deze fundamentele breuken blijken en waarom die volgens mij in belangrijke mate verklaren waarom de hiervoor ten tonele gevoerde casus zich zo lastig – en in ieder geval niet zonder aanpassing van de door de Hoge Raad en ABRvS ontwikkelde toetsen – laten oplossen.
Ik licht verder toe dat een betere aansluiting op het algemene civiele aansprakelijkheidsrecht de hierboven besproken casus volgens mij makkelijker en zonder allerlei stilzwijgende aanpassingen en hulpbegrippen oplost. Dat biedt vervolgens grond om in hoofdstuk 5 nader te onderzoeken hoe het besluitenaansprakelijkheidsrecht in de hiervoor genoemde vier aspecten meer in overeenstemming gebracht kan worden met het algemene civiele aansprakelijkheidsrecht.
4.5.1 Ad (i) en (ii): Focus op het onrechtmatig besluit in plaats van op het onrechtmatig gedrag; geen aandacht voor onderscheid doen en nalaten4.5.2 Ad (iii) en (iv) besluitencausaliteitstoets besluitenaansprakelijkheidsrecht is fundamentele ongenormeerde bijdenktoets