Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.13.0:5.13.0 Introductie
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.13.0
5.13.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859147:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vandenbogaerde merkt op dat vergeving een concept is met een sterke religieuze, maar ook ethische connotatie (p. 589 en 598). Deze aspecten blijven beschouwing. Voor de filosofische implicaties wordt verwezen naar zijn bijdrage in TPR 2021, p. 589-671.
Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 600-601.
Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 623.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor 2012 is in de Belgische wetgeving geen vergevingsbepaling opgenomen bij onwaardigheid.1 De wet van 10 december 2012 brengt daarin verandering met de invoering van artikel 728 Oud BBW. De Belgische wetgever kiest een formalistische regeling die voornamelijk geïnspireerd is op de Franse Code Civil en de Italiaanse Codice Civile.2 Met enkel een terminologische aanpassing is deze regel thans neergelegd in artikel 4.7 BBW. Deze bepaling luidt als volgt:
‘Art. 4.7. Vergiffenis
Er is geen onwaardigheid indien de erflater, in de in artikel 4.6, § 1, 3°, bedoelde gevallen de dader, mededader of medeplichtige, de feiten heeft vergeven. Vergiffenis kan enkel worden geschonken in een geschrift dat van de erflater uitgaat, en dat na de feiten is opgemaakt in de vorm die voor een testamentaire beschikking is vereist.’
De bepaling is nog relatief nieuw. Gepubliceerde rechtspraak op dit terrein is (nog) niet voorhanden.3 Aan de hand van de wetsgeschiedenis en literatuur is echter al het nodige te zeggen over artikel 4.7 BBW. In deze paragraaf staat deze bepaling centraal. Het vangt aan met het begrip ‘vergeven’ (par. 5.13.1). Vervolgens wordt ingegaan op de feiten waarvoor vergeving mogelijk is (par. 5.13.2), de wijze waarop moet worden vergeven (par. 5.13.3) alsmede het tijdstip (par. 5.13.4). Verder komt de herroepelijkheid van de vergeving aan de orde (par. 5.13.5) en de gedeeltelijke vergeving (par. 5.13.6). Hoewel artikel 4.7 BBW zich enkel richt op onwaardigheid en daarmee het versterferfrecht, is tevens in het testamentaire erfrecht een rol weggelegd voor vergeving. Ook op dit onderdeel wordt ingegaan (par. 5.13.7).