Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/17.3.3
17.3.3 Een oordeel over de bijdrage van publicatieverplichtingen aan het vergroten van de vertrouwenscomponent in de "principal-agent" relatie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS582687:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Eisenberg (1999a) spreekt, op p. 1269, van een 'symbiotic relationship between legal tules and social norms.'
Het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen zal, met andere woorden, tot gevolg hebben dat wordt bijgedragen aan het internaliseren van de norm voor (leidinggevenden van) beursvennootschappen dát (betrouwbare) informatie moet worden gepubliceerd.
In deze zin ook Cools (2005), p. 102-106.
Vgl. Cools (2005), p. 103: 'omdat honderd procent vertrouwen niet bestaat, vergissen menselijk is en externe factoren onvoorspelbaarheid genereren, is vertrouwen nooit een volledig substituut voor control.' Tegelijkertijd geldt mijns inziens echter ook, zoals (o.a.) Blair/Stout (2001), p. 1755, opmerken, dat 'no combination of legal rules and market forces can bring agency costs in firms down to zero.'
Eisenberg (1999b), p. 835, spreekt over een voorwaarde voor het efficiënt functioneren van vennootschappen: '[t]he corporate system operates most efficiently where corporate actors act loyally — that is, deal fairly and in a trustworthy manner — and are perceived to do so'.
Aldus Winter/Cools in hun column van 25 april 2008 (http://wintercools.com/columns.php?id=58)
Coffee (2001b), p. 2175, eveneens geciteerd in voetnoot 73. Een — niet belichte — rol speelt overigens de nuancering die Bratton (2002), p. 870, aanbrengt. Niet ten onrechte stelt hij namelijk dat zelfs wanneer 'emotion matters'(waaronder ook 'normen' kunnen worden begrepen), een onderscheid bestaat tussen (beurs)vennootschappen zelf en de leidinggevenden daarvan: 'firms are different from people. When the circumstances indicate that the payoff requires rational action, a firm win be more likely to mimic the rational economic actor and defect. A firm is more likely to act rationally because it is unconstrained by moral sentiments encompassing the interests of actors on the outside.'
Naar mijn mening zal voor wat betreft de bijdrage die het opleggen van publicatieverplichtingen kan leveren aan het vergroten van de vertrouwenscomponent in de "principal-agent" relatie, in werkelijkheid sprake zijn van een wisselwerking tussen twee elkaar beïnvloedende ontwikkelingen.1 Enerzijds de ontwikkeling dat oplegging van publicatieverplichtingen bijdraagt aan het internaliseren van de norm om betrouwbare informatie te verstrekken.2 En anderzijds het — uit de eerste ontwikkeling voortvloeiende — gevolg dat de toename van vertrouwen van investeerders, tot op zekere hoogte, als substituut kan fungeren voor "monitoring" door investeerders.3
Het opleggen van publicatieverplichtingen aan beurvennootschappen kan derhalve, vanwege vergroting van de vertrouwenscomponent in de "principalagent"relatie, leiden tot verkleining van de "agency-kosten" van investeerders van beursvennootschappen. Wat in werkelijkheid de optimale omvang zal zijn van de op te leggen publicatieverplichtingen om dit gevolg te bewerkstelligen, is echter niet eenvoudig te beantwoorden. Omdat "vertrouwen" niet een volledig substituut vormt — en ook niet kan vorrnen4 — voor het opleggen van juridische verplichtingen, moet daarvoor ten minste een aantal publicatieverplichtingen worden opgelegd. Dit sluit aan op de eerder in deze studie geplaatste opmerking dat het opleggen van publicatieverplichtingen een noodzakelijke voorwaarde vormt voor het bewerkstelligen van een minimum aan vertrouwen.5 Daartegenover staat dat een teveel aan publicatieverplichtingen afbreuk kan doen aan vertrouwen, en zelfs wantrouwen kan creëren.6
Mijn conclusie is dan ook dat, in het verlengde van wat over de werking van "normen" is opgemerkt, ook voor het bewerkstelligen van "vertrouwen" te gelden dat "[it] do[es] matter, but exactly when and to what extent remain more problematic issues."7