Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.6.2
6.6.6.2 Tijdstip
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS436747:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt ook voor de Amerikaanse Uniform Child-Custody Jurisdiction and Enforcement Act (1997), Section 207(a): `(...) may decline to exercise its jurisdictien at any time (...)'.
Zie Hof 's-Gravenhage 22 februari 2006, N/PR 2006, 103, besproken in par. 6.6.12, waarin de vrouw een verzoek tot verwijzing instelde, althans de Nederlandse rechter verzocht om een verzoek tot verwijzing in te stellen, terwijl de zaak in Frankrijk onder de Cour d'Appel te Limoges was.
Vgl. het verweer van de man in Hof 's-Gravenhage 22 februari 2006, IVIPR 2006, 103: 'De man stelt dat het belang van het kind niet wordt gediend met de wijziging van de behandelplaats, zeker niet nu de behandeling van de zaak in Frankrijk nagenoeg is afgerond. (...) Het is in strijd met de regels van de goede procesorde indien de behandelplaats in een zo laat stadium van de procedure nog zou worden gewijzigd.'
Op welk tijdstip in de procedure kan een forum non conveniens-verwijzing ex art. 15 Vo-BIIbis door de partijen of een gerecht aan de orde worden gesteld? Bij of direct na het aanhangig maken van de procedure in eerste aanleg? Of kan zulks op ieder tijdstip in de procedure? En zo ja, zelfs in hoger beroep? Art. 15 Vo-BIIbis kent wat betreft dit tijdstip geen enkele beperking, zodat ervan kan worden uitgegaan dat de verwijzing te allen tijde aan de orde kan worden gesteld.1 Dat wil zeggen, zowel bij aanvang of tijdens de procedure in eerste aanleg, maar ook op een later tijdstip in dezelfde instantie of in hoger beroep.2 Zie in dit verband art. 15 lid 1 sub a Vo-BIIbis, dat bepaalt dat het gerecht de behandeling van de zaak kan 'aanhouden' teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om een verwijzingsverzoek bij het ontvangende gerecht in te stellen. Dit duidt erop dat de (processuele) behandeling van de zaak bij het verwijzende gerecht reeds is aangevangen. Zie voorts art. 15 lid 3 sub a Vo-BILIbis, dat bepaalt dat de zaak kan worden verwezen naar de gerechten van de lidstaat waar het kind 'na de aanhangigmaking van een zaak bij het in lid 1 bedoelde gerecht' zijn gewone verblijfplaats heeft verkregen.
Art. 15 Vo-BIIbis staat dus toe dat een partij zich pas voor het eerst in hoger beroep op het standpunt stelt dat het belang van het kind is gediend bij verwijzing van de zaak naar het gerecht in een andere lidstaat. Is dat een wenselijke situatie?3 Thans blijft er, zolang een beslissing in de zaak ten gronde niet in kracht van gewijsde is gegaan, onduidelijkheid bestaan over de vraag of nog een verwijzing geïnitieerd zal worden. Zou het, in het licht van de rechtszekerheid en het belang van het kind niet beter zijn geweest om een forum non conveniens-initiatief te beperken tot een bepaald tijdstip in de procedure? Het gaat immers om een kwestie van rechtsmacht waarover idealiter in de beginfase van een procedure duidelijkheid zou moeten bestaan.4 Zo had, om maar iets te noemen, bepaald kunnen worden dat de verweerder zich uiterlijk in het verweerschrift dient te beroepen op forum non conveniens. Laat hij dit na, dan verliest hij zijn recht om zich later in de procedure op forum non conveniens te beroepen.
Welke mogelijkheden heeft de behandelende rechter, wanneer pas laat in de procedure om een overdracht van de bevoegdheid wordt gevraagd? Bij de vraag of de zaak krachtens art. 15 Vo-BI:Ibis verwezen moet worden naar het gerecht in een andere lidstaat, geniet de behandelende rechter een ruime beoordelingsvrijheid. De behandelende rechter zal alleen tot een verwijzing van de zaak overgaan indien het belang van het kind daarbij is gediend. Daarin is mijns inziens ook de oplossing te vinden voor de problemen die kunnen rijzen als een verwijzingsverzoek te laat wordt ingediend. De rechter kan beslissen om een forum non conveniens-verzoek niet te honoreren omdat de behandeling van de zaak ten gronde zich in een (te) vergevorderd stadium bevindt, en een verwijzing naar het gerecht in een andere lidstaat dan niet in het belang van het kind is.