Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.3.4:6.3.4 Nederlands mededingingsrecht van openbare orde in de zin van artikel 1065 Rv?
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.3.4
6.3.4 Nederlands mededingingsrecht van openbare orde in de zin van artikel 1065 Rv?
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576404:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een toepassing van deze beslissing Hof Amsterdam 12 oktober 2000, NJ kort 2000, 92, TvA 2001, p. 184 m.nt. DA (Sesam/Betoncentrale Twenthe c.s.)
Vgl. Hof Arnhem 1 augustus 2000, rolnr. 99/339, NBrM 2000, p. 178 (Goos/Hanos).
Zie ook Mok 2003, p. 311; Mok 2004, p. 57-58.
HR 16 januari 2009, NJ 2009, 54(Gemeente Heerlen/Whizz croissanterie).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het arrest Eco Swiss/Benetton kan worden afgeleid dat artikel 81 EG van openbare orde is in de zin van artikel 1065 Rv. Het HvJ EG formuleert het voorzichtiger door te zeggen dat met artikel 81 EG op dezelfde wijze dient te worden omgegaan als met een bepaling van openbare orde in de zin van artikel 1065 Rv. Het HvJ EG overweegt (r.o. 36-37):
'(...) art. 81 EG [vormt] evenwel een fundamentele bepaling die onontbeerlijk is voor de vervulling van de taken van de Gemeenschap en in het bijzonder voor de werking van de interne markt. Het belang van deze bepaling heeft de opstellers van het Verdrag ertoe gebracht, in art. 81, lid 2, uitdrukkelijk te bepalen, dat de door dit artikel verboden overeenkomsten of besluiten van rechtswege nietig zijn. Daaruit volgt, dat wanneer een nationale rechter volgens de regels van zijn nationale procesrecht een vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis op grond van strijd met nationale regels van openbare orde moet toewijzen, hij dat ook moet doen ingeval een dergelijke vordering is gebaseerd op schending van het in art. 81, lid 1, EG neergelegde verbod.'1
Dat met artikel 81 EG op dezelfde wijze dient te worden omgegaan als met een bepaling van openbare orde wordt door het HvJ EG onderbouwd door te wijzen op het feit dat artikel 81 EG een fundamentele bepaling is die onontbeerlijk is voor de vervulling van de taken van de Gemeenschap en in het bijzonder voor de werking van de interne markt. Hoewel het kartelverbod zoals neergelegd in artikel 6 Mw bijna hetzelfde luidt als het kartelverbod in artikel 81 EG, vervult artikel 6 Mw niet een dergelijke functie.2 Op grond van de uitspraak van het HvJ EG in Eco Swiss/Benetton kan dan ook niet worden geconcludeerd dat artikel 6 Mw een bepaling van openbare orde is in de zin van artikel 1065 Rv.3 De Hoge Raad heeft in Gemeente Heerlen/Whizz croissanterie geoordeeld dat artikel 6 Mw geen recht van openbare orde bevat dat de rechter, ook als hij daarmee buiten de grenzen van de rechtsstrijd zou treden, ambtshalve moet toepassen.4