Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.5.1.3:3.5.1.3 Onvoorzien
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.5.1.3
3.5.1.3 Onvoorzien
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TK 28769 nr. 3, p. 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in paragraaf 2 van dit hoofdstuk genoemde Laatste der Mohikanen, de post `onvoorzien', duikt uiteindelijk op in art. 8 BBV. Het belang van de post onvoorziene uitgaven wordt gerelativeerd in zowel de Nota van Toelichting bij het BBV als de Memorie van Toelichting bij het voorstel van wet waarbij de post uit de Gemeentewet is gehaald. Zo wordt in de aangehaalde Memorie van Toelichting gesteld dat er geen reden is om dit ene onderdeel van de begroting bij wet voor te schrijven, terwijl de rest wordt geregeld bij AMvB.1 De Nota van Toelichting bij het BBV doet hier nog een schepje bovenop door te stellen dat de post onvoorzien eigenlijk al ondervangen wordt door de paragraaf weerstandsvermogen (zie paragraaf 5.2) en de daarin opgenomen weerstandscapaciteit. Bovendien zou het opnemen van een post onvoorzien in de praktijk zo gebruikelijk zijn, dat een wettelijke regeling overbodig is. Kennelijk is regeling bij AMvB wel gewenst en zo kan het voorkomen dat lid 6 van art. 8 BBV eist dat de post in het programmaplan wordt opgenomen. Daarbij kan de raad zelf bepalen of het bedrag voor onvoorzien wordt geraamd voor de gehele begroting of dat dit per programma wordt gedaan.