De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/9.1.1.1:9.1.1.1 De Handleiding regie vanaf de conclusie van antwoord
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/9.1.1.1
9.1.1.1 De Handleiding regie vanaf de conclusie van antwoord
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS372703:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De persoonlijke doelen die de respondent voorafgaand aan de zitting had opgeschreven zijn steeds door de aanwezige onderzoekers overgeschreven in de linkerkant van de tabel.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Binnen de rechterlijke macht is in 2005 de Handleiding regie vanaf de conclusie van antwoord opgesteld. Deze handleiding is een intern handboek voor de rechtspraak, opgesteld ten behoeve van de civiele sectoren (vanaf 2006 inclusief de sector Kanton). De handleiding is goedgekeurd door het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele Sectoren (LOVC) en het Landelijk Overleg Kantonsectorvoorzitters (LOK).
De handleiding is bedoeld als een intern handboek voor de rechtspraak en bevat goede praktijken en aanwijzingen voor rechters en gerechtsambtenaren over hoe zij met bepaalde vraagstukken kunnen omgaan. De handleiding lijkt met name de huidige zittingspraktijk te beschrijven. Hieronder bespreek ik kort de inhoud van de handleiding, voor zover zij betrekking heeft op de opstelling van de rechter ter zitting. Daarbij ben ik uitgegaan van de herziene versie van de handleiding van september 2009.1
De voorbereiding
In de handleiding is een aantal situaties opgenomen waarin — in afwijking van de hoofdregel — de rechtbank/rechter kan afzien van een comparitie. Daarbij wordt expliciet gewezen op het belang van een zitting voor partijen: zij kunnen ter zitting hun verhaal doen, wat weer effect heeft op een rechtvaardige uitkomst, de acceptatie van de uitkomst en het vertrouwen in de rechtspraak.
1 Zie:http://www.rechtspraak.nl-Naar+de+rechter/Landelijke+regelingen/Sector+civiel+recht/Handleiding+regie+vanaf+de+conclusie+van+antwoord.htm.
Ten aanzien van zittingsinstructies geeft de handleiding aan, dat deze in de praktijk voor een groot deel gestandaardiseerd zijn, maar dat maatwerkinstructies op zijn plaats zijn als de standaardtekst onvoldoende specifiek is. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij nog toe te zenden stukken, punten die tijdens de zitting aan de orde zullen komen en punten waarop partijen een nadere toelichting of reactie moeten geven.
Aanpak van de zitting
Allereerst wordt in de handleiding gewezen op het belang van (zelf)reflectie op het gedrag van de comparitierechter en van regelmatige intervisie. Vervolgens wordt in de handleiding een gebruikelijk verloop van de zitting beschreven. Daarbij wordt de zitting onderverdeeld in vijf fasen (box 29). Van deze fasen kan in sommige situaties worden afgeweken. Zo beschrijft de handleiding de situatie waarbij partijen meteen al aan het begin van de zitting aangeven op de gang al bijna een schikking te hebben bereikt. In dat geval dient de schikking (fase 3) voor de feitenvergaring te worden geplaatst (fase 2). Verder wordt ervoor gewaarschuwd dat het niet goed is meteen aan het begin van de zitting een voorlopig oordeel te geven (fase 4) of een schikking te beproeven (fase 3), omdat — door het ontbreken van feitenvergaring
de rechter nuances mist en partijen bovendien niet gehoord zijn, waardoor hun schikkingsbereidheid en hun tevredenheid met de zitting afnemen.
Box 29: De zitting is normaalgesproken onderverdeeld in vijf fasen
1. Startfase.
2. Informatie- of exploratiefase.
3. Beproeven van een schikking.
4. Voorlopig oordeel (vaak in combinatie met fase 3).
5. Afsluiting: opstellen proces-verbaal en afspraken maken over de verdere procedure of een vaststellingsovereenkomst.
De handleiding beschrijft dat de rechter zichzelf en de griffier aan het begin van de zitting aan de aanwezigen voorstelt en dat de rechter partijen uitleg geeft over het eventuele vertrek van de griffier, zodat zij begrijpen dat de griffier niet ‘zo maar’ vertrekt. Verder is het volgens de handleiding goed om de aanwezigen over een aantal onderwerpen informatie te geven (box 30). De rechter moet er daarbij rekening mee houden dat partijen door de spanning de eerste vijf minuten van de zitting informatie niet goed kunnen oppakken. De handleiding beschrijft twee redenen waarom uitleg belangrijk is:
partijen weten dan wat er gaat gebeuren. Ook voor advocaten is enige uitleg belangrijk omdat de gang van zaken per zitting of per rechter kan verschillen, zeker op detailniveau;
de kans dat de doelen van de zitting worden gerealiseerd is hoger als de aanwezigen hetzelfde denken (of in ieder geval van elkaar weten hoe ze denken) over de doelen van de zitting.
Box 30: De onderwerpen waarover de rechter volgens de handleiding uitleg kan geven aan het begin van de zitting
- De doelen van de zitting tegen de achtergrond van de plaats van de zitting in de totale civiele procedure.
- De agenda met de te bespreken onderwerpen voor de zitting (dit kan ook al in het comparitievonnis vermeld worden).
- De informatie die partijen geven kan de rechter gebruiken voor het vonnis.
- De tijd die voor de zitting is uitgetrokken.
De handleiding geeft aan dat het tijdens de informatiefase belangrijk is om aan de hand van een agenda te werk te gaan. Een agenda geeft duidelijkheid en ordening (structuur) en geeft een signaal richting partijen dat men sámen aan het werk gaat. Bij het verkrijgen van inlichtingen is het goed als de rechter niet alleen zijn eigen vragen aan partijen stelt, maar de aanwezigen daarnaast ook de kans geeft om hán verhaal te vertellen en op elkaar te laten reageren. Verder is een goede praktijk om al bij de feitenvergaring de belangen van partijen en de door hen aangedragen oplossingen te inventariseren. Verder doet de handleiding nog een aantal — meer concrete — suggesties voor de informatiefase (box 31).
Box 31: Een aantal suggesties uit de handleiding voor de informatiefase
- Een goede methode is om partijen aan het begin van de zitting kort de mogelijkheid te
- geven om hun opvattingen naar voren te brengen (in verband met stoom afblazen en ongelijk eerder accepteren).
- Zorg ervoor dat partijen ongeveer evenveel aandacht krijgen.
- Let op de lengte van de betogen en wissel de vragen aan beide partijen af.
- Geef ruimte voor emoties van partijen.
- Laat partijen, waar nodig, op elkaars betogen reageren.
- Probeer partijen ook naar elkaars beleving van het probleem te laten luisteren.
- Geef per agendapunt een samenvatting van hetgeen door partijen naar voren is gebracht.
- Bied advocaten, bij voorkeur nadat de feiten besproken zijn, de mogelijkheid voor juridische argumentatie.
De handleiding geeft bij het beproeven van een schikking aan, dat partijen vaak behoefte hebben aan een voorlopig oordeel. De rechter moet hen echter niet overvallen met een dergelijk oordeel. Verder wordt gewaarschuwd voor dwangschikkingen. Schikken moet altijd een keuze van partijen blijven. Als partijen geen voorlopig oordeel willen, betekent dat volgens de handleiding echter nog niet dat de rechter niet een voorlopig oordeel kan geven. Dat beslist de rechter uiteindelijk zelf. In box 32 is een aantal goede praktijken uit de handleiding opgenomen voor het beproeven van een schikking en meer specifiek voor het geven van een voorlopig oordeel.
Box 32: Een aantal suggesties uit de handleiding voor het beproeven van een schikking
- Onderzoek de belangen van partijen en hun oplossingen.
- Ga op zoek naar gemeenschappelijke belangen en oplossingen die voor beide partijen positief zijn.
Onderzoek hoe de verhouding tussen partijen voorafgaand aan het conflict was.
- Zorg in verband met het voorkomen van dwangschikkingen dat partijen altijd een keuze hebben om wel of niet te schikken, vraag of ze een voorlopig oordeel willen, vraag wat voor hen de voordelen van een schikking zouden zijn en vraag wat het voor hen zou betekenen om met een oplossing naar huis te gaan.
- Geef in beginsel pas na de eerste schorsing een voorlopig oordeel.
- Richt je niet uitsluitend op een gehele schikking.
- Wijs partijen op de voorlopigheid van het voorlopig oordeel.
- Als de beslissing in een zaak moeilijk ligt, communiceer dat dan en wijs partijen op de knelpunten.
- De rechter kan de voordelen van een schikking en de nadelen van verder procederen opnoemen, maar moet daarbij de belemmeringen op de weg naar het eindvonnis niet te nadrukkelijk voorspiegelen.
- Blijf openstaan voor argumenten van partijen.
- Vermijd discussies waarbij partijen of advocaten een poging doen je om te praten.