Einde inhoudsopgave
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/5.2
5.2 Het Engelse rechtssysteem in het kort
mr. V.M.A. Sinnige, datum 02-01-2017
- Datum
02-01-2017
- Auteur
mr. V.M.A. Sinnige
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Prakke/De Lange 2012, p. 364 en Smith, Bailey & Gunn, par. 2-074. Zie ook www.supremecourt.uk. Schotse strafzaken worden in hoogste instantie behandeld door het High Court of Justiciary, zie www.scotland-judiciary.org.uk, zoek via “About the judiciary” naar “Court Structure”.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-003.
Prakke 2012, p. 331.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-004.
Er is niet zoiets als een Wetboek van Strafrecht en een Wetboek van Strafvordering.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-004.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-017/1-018.
Smith 1993, p. 76-77 en Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-022.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-027.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-028, met verwijzing naar s. 3(1) van de Law Commissions Act uit 1965.
Dit is tegenwoordig een ceremoniële functie van de minister van justitie.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-028.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 1-030.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 6-035.
Sinds 1998-1999 gaan wetsontwerpen vergezeld van explanatory notes. Deze vervingen de daarvoor bestaande explanatory memoranda. Deze stukken zijn echter niet goedgekeurd door het parlement en niet gezaghebbend, Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 5-010.
www.parliament.uk/business/publications/hansard/. Hansard is het bewerkte volledige verslag van de besprekingen van zowel het House of Commons als het House of Lords.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 6-037.
[1993] AC 593.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 6-038.
Smith, Bailey & Gunn 2007, par. 6-041.
Het Engelse rechtssysteem is van toepassing in Engeland en Wales. De andere delen van het Verenigd Koninkrijk, te weten Schotland en Noord- Ierland, hebben hun eigen rechtssystemen. Samen vormen de gerechtelijke instellingen van deze drie jurisdicties de United Kingdom judiciary. Uniformiteit wordt geboden door het Supreme Court of the United Kingdom (voorheen, dat wil zeggen tot 1 oktober 2009, door het (Appellate Committee of the) House of Lords). Het Supreme Court is de hoogste rechter in het gehele koninkrijk wat betreft onder meer strafzaken uit Engeland, Wales en Noord-Ierland.1
Common law
Het Engelse rechtssysteem staat bekend als een common law systeem. De term common law heeft verschillende betekenissen. In de eerste plaats wordt daarmee een soort rechtssysteem bedoeld. De term werd oorspronkelijk gebruikt voor de wetten en gewoontes die werden toegepast door de royal courts die ontstonden na de Normandische verovering van Engeland die begon in 1066. De common law verving de lokale wetten en gewoontes die tot die tijd werden toegepast door de verschillende lokale rechtbanken. De beslissingen van de royal courts werden vastgelegd en gepubliceerd en zo ontstond de praktijk dat in lopende procedures een beroep werd gedaan op beslissingen in reeds afgesloten zaken. Deze eerdere beslissingen werden als gezaghebbend of zelfs bindend beschouwd. De omstandigheid dat beslissingen van hogere instanties een op zichzelf staande bron van recht zijn, is een kenmerk dat de common law systemen onderscheidt van civil law systemen.2 Deze beslissingen vormen precedenten die gevolgd moeten worden door alle lagere rechtbanken en gerespecteerd door alle rechterlijke instanties. Het House of Lords heeft in 1966 overigens verklaard zich niet onder alle omstandigheden aan de eigen eerdere uitspraken gebonden te zullen achten. Dat betekent dat voor ombuiging van een minder gewenste ontwikkeling in de rechtspraak niet altijd op de wetgever hoeft te worden gewacht.3
Daarnaast wordt de term common law ook gebruikt om bepaalde rechtsbronnen binnen het Engelse rechtssysteem aan te duiden en wel ter onderscheiding van statute law. Common law wordt van oudsher geassocieerd met de bescherming van persoonlijke vrijheid, eigendoms- en overeenkomstenrecht en individuele belangen als reputatie en lichamelijke vrijheid. In de 19e en 20e kreeg de overheid echter een steeds grotere rol bij collectieve aangelegenheden als de bescherming van de volksgezondheid, de sociale zekerheid en de economie. Deze gebieden worden gereguleerd door wetgeving.4 Het overgrote deel van het Engelse strafrecht is inmiddels te vinden in diverse5 wetten. In deze context wordt de term common law gebruikt om regels aan te duiden die zijn ontleend aan rechterlijke beslissingen. Inmiddels is het algemene gevoelen dat ook belangrijke veranderingen op gebieden die nog steeds gedomineerd worden door de common law meer gelegitimeerd zijn als ze tot stand worden gebracht door de wetgever (in plaats van door rechters).6
Belangrijke instellingen
Bij de totstandkoming van recht speelt een aantal instellingen een centrale rol. Statute law wordt vastgesteld door het parlement. Daarnaast kunnen, zoals gezegd, ook beslissingen van de hogere rechterlijke instanties recht bevatten. Het Verenigd Koninkrijk heeft overigens pas sinds 2007 een ministerie van justitie. Daarvoor was de verantwoordelijkheid voor verschillende aspecten van het rechtssysteem verdeeld over diverse ministeries en departementen. Het ministerie van justitie is verantwoordelijk voor straf- en penitentiair recht.7 Tot de inwerkingtreding van de Prosecution of Offences Act 1985 was de beslissing om te vervolgen en de vervolging zelf aan de politie. Sinds 1985 is de Crown Prosecution Service, met aan het hoofd de Director of Public Prosecutions, de voor vervolging verantwoordelijke instantie.8
Hervorming van het recht
De common law ontwikkelt zich door de beslissingen van hogere rechterlijke instanties. Over het algemeen wordt echter terughoudend gebruikgemaakt van de mogelijkheid om zo nieuwe rechtsprincipes te ontwikkelen. Het toepassen van een bestaand principe op nieuwe omstandigheden wordt als een rechtmatige uitoefening van het rechtersvak gezien, maar de creatie van nieuwe principes wordt beschouwd als een zaak voor regering en parlement. Deze laatsten worden hierbij voorgelicht door verschillende instanties, waaronder de permanente Law Commission.9 De Law Commission werd in 1965 opgericht. Haar taak is:
“to take and keep under review all the law with which [it is] concerned with a view to its systematic development and reform, including in particular the codification of such law, the elimination of anomalies, the repeal of obsolete and unnecessary enactments, the reduction of the number of separate enactments and generally the simplification and modernisation of the law.”10
De onderwerpen die worden onderzocht worden bepaald door de Lord Chancellor11 of zijn onderdelen van rechtshervormingsprogramma’s. De Law Commission is onder meer bezig met een wetboek van strafrecht. Er is al een wetsontwerp, maar er is uiteindelijk voor gekozen eerst de verschillende deelgebieden van het strafrecht te moderniseren en dat later samen te voegen tot een wetboek.12 Belangrijke publicaties van de Law Commission zijn haar working papers. Deze bevatten een gedetailleerd overzicht van het huidige recht, de kritiek en de beweerdelijke defecten en een overzicht van voorgestelde verbeteringen. Na consultatie bij geïnteresseerde partijen wordt over het algemeen een eindrapport gemaakt, inclusief een wetsontwerp.13
Vóór de oprichting van de Law Commission bestond ook al een aantal rechtshervormingscommissies, waarvan op deze plaats de Criminal Law Revision Committee (CLRC) de belangrijkste is om te noemen. De CLRC werd in 1959 in het leven geroepen en bestond uit rechters, wetenschappers en de Director of Public Prosecutions. Haar rapporten hebben tot belangrijke hervormingen geleid, waarvan de belangrijkste de – hierna te bespreken – Theft Act van 1968 was. De CLRC is niet meer bijeengeroepen sinds 1985; haar werk is overgenomen door de Law Commission.14
Wetsgeschiedenis
Als wetgeving wordt voorafgegaan door een rapport van bijvoorbeeld de Law Commission, mag dit rapport door de rechter worden gebruikt als bewijs voor de voormalige staat van het recht en de toentertijd bestaande problemen. Aanbevelingen van de commissie mogen echter bij de uitleg van de wet niet worden gezien als de bedoeling van de wetgever. Het kan immers zo zijn dat het parlement de aanbevelingen niet heeft overgenomen en anders heeft gehandeld.15 Ook andere stukken mochten lange tijd niet worden gebruikt. Het House of Lords had namelijk geoordeeld dat de rechter bij de interpretatie van wetten niet mag verwijzen naar parlementaire stukken, voor welk doel dan ook. Onder dit verbod vielen bijvoorbeeld verslagen van debatten, de explanatory memoranda16 en verschillende, opeenvolgende wetsontwerpen. Een aantal rechters was het openlijk met deze regel oneens. In specifieke zaken werd af en toe verwezen naar Hansard17 en sommige rechters gaven toe Hansard informeel te raadplegen. De Law Commission was tegen versoepeling van het verbod vanwege twijfels over de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van parlementaire stukken.18 In 1993 zwakte het House of Lords in de zaak Pepper v Hart19 het verbod af wat betreft Acts of Parliament. Verwijzing naar parlementaire stukken is ten aanzien van Acts of Parliament toegestaan als a) de wetgeving dubbelzinnig of onduidelijk is of toepassing ervan leidt tot een vreemde uitkomst; b) het materiaal waarop een beroep wordt gedaan bestaat uit een of meer uitspraken van een minister of een andere initiatiefnemer van het wetsontwerp, eventueel in combinatie met andere parlementaire stukken als het nodig is om die uitspraken te begrijpen; en c) de uitspraken waarop een beroep wordt gedaan duidelijk zijn.20 Op de uitspraak in Pepper v Hart is veel kritiek gekomen, onder meer vanwege de enorme proceskosten die eruit zouden kunnen voortvloeien.Het belang van deze uitspraak moet echter niet worden overdreven. Het is de bedoeling dat de regering haar zienswijze nu vastlegt in explanatory notes.21