Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/974
Schuldheling bankpassen en e.dentifier bank. Redelijkerwijs moeten vermoeden. Hoge Raad: art. 81 lid 1 RO.
HR 04-09-2018, ECLI:NL:HR:2018:1416
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
4 september 2018
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
16/05332
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1416, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 04‑09‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:545, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑06‑2018
Essentie
Schuldheling bankpassen en e.dentifier bank. Redelijkerwijs moeten vermoeden. Hoge Raad: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
4 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/05332
DAZ/NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2016, nummer 22/001283-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.
Conclusie
Conclusie A-G mr. T.N.B.M. Spronken:
1. De verdachte is, na terugwijzing door de Hoge Raad,1.bij arrest van 26 oktober 2016 door het gerechtshof Den Haag wegens “schuldheling” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.