Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/8.4.3:8.4.3 Voorwaarden verplichte deelname
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/8.4.3
8.4.3 Voorwaarden verplichte deelname
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS448547:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer Van der Heiden, Prg. 1997, p. 651 e.v.; Rb. Almelo 4 februari 1998, JOR 1998/66, nt. Soedira, en Wessels, Insolventierecht VI, derde druk, 2010, par. 6208 e.v. en par. 6222 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Welke feiten en omstandigheden kunnen ertoe leiden dat van een schuldeiser kan worden verlangd dat hij zijn instemming verleent aan een buitengerechtelijke regeling? Hiervoor is opgemerkt dat de afgelopen vijftien tot twintig jaar over deze problematiek met name slechts lagere rechtspraak is verschenen. Door de grote verscheidenheid aan feiten en omstandigheden die wel of niet tot een verplichte medewerking van een weigerachtige schuldeiser kunnen leiden, is in de rechtspraktijk grote behoefte geweest aan meer duidelijkheid op dit punt. Aangezien tot 2005 een uitspraak van de Hoge Raad hierover heeft ontbroken, is in de praktijk aan de hand van de verschenen lagere rechtspraak een aantal basisvoorwaarden opgesteld waaraan een buitengerechtelijke regeling in ieder geval dient te voldoen, wil een verzoek tot medewerking van een weigerachtige schuldeiser aan een buitengerechtelijke regeling kans van slagen hebben.1 Inmiddels is duidelijk geworden dat de Hoge Raad in zijn arrest van 12 augustus 2005 strenge maatstaven aanlegt aan de beoordeling van een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke regeling, veel strengere maatstaven dan die van de lagere rechtspraak tot dan toe.