De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/11.3.2:11.3.2 De overige vennootschapsrechtelijke antimisbruikbepalingen
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/11.3.2
11.3.2 De overige vennootschapsrechtelijke antimisbruikbepalingen
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS385078:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de Wet bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement kan wat betreft de vennootschapsrechtelijke antimisbruikwetgeving allereerst worden gewezen op de kapitaalbeschermingsmaatregelen, welke regelingen zijn gericht op de bescherming van het kapitaal (het gebonden vermogen) van de BV ten behoeve van de crediteuren, zoals bijvoorbeeld artikel 2:216 BW.1 Ook het jaarrekeningenrecht is van belang voor wat betreft het voorkomen van misbruik van BV’s, aangezien op grond van deze wetgeving op BV’s de plicht rust openbaar verslag te doen van hun financiële positie. Hetzelfde geldt voor de administratieplicht van artikel 2:10 BW. Uiteraard zijn hier ook de gronden voor bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 2:9 BW en artikel 6:162 BW) van belang.
Daarnaast dragen ook de oprichtingsvereisten die worden gesteld aan een BV bij aan de bestrijding van misbruik. Allereerst is er bij de oprichting van de BV een notariële akte vereist. Nu inschrijving in het handelsregister in het Nederlandse rechtstelsel geen constitutief oprichtingsvereiste voor de BV is, zou men kunnen stellen dat hiermede afbreuk wordt gedaan aan een stelsel gericht op bestrijding van misbruik en daarmede bescherming van schuldeisers. Teneinde hierin tegemoet te komen, zijn de bestuurders van de BV die (nog) niet is ingeschreven in het handelsregister – naast de BV zelf – persoonlijk aansprakelijk voor rechtshandelingen door hen verricht (artikel 2:180 lid 2 BW).
Vóór 1 juli 2011 was voor de oprichting van een BV een verklaring van geen bezwaar vereist. De minister verklaarde dat hem van geen bezwaren is gebleken ten aanzien van de oprichting van een BV (artikel 2:179 BW (oud)). De verklaring van geen bezwaar als constitutief vereiste voor de oprichting van een BV is per 1 juli 2011 komen te vervallen, omdat uit onderzoek bleek dat deze verklaring geen effectief middel was teneinde misbruik van vennootschappen te voorkomen. Het toezichtstelsel was namelijk gekoppeld aan een aantal formele handelingen (oprichting of statutenwijziging van de BV), terwijl misbruik van BV’s veelal plaats zal vinden gedurende het uitoefenen van (ondernemings)activiteiten.2
Bij de Wet controle op rechtspersonen is het oude toezichtstelsel vervangen door een nieuw stelsel gebaseerd op een doorlopende controle gedurende de levensloop van BV’s. Het doel van dit nieuwe systeem is het voorkomen en bestrijden van misbruik van vennootschappen en het vereenvoudigen van de opsporing en vervolging van de strafbare feiten die gepaard gaan met BV-fraude.3 Bij deze doorlopende controle van BV’s wordt gebruik gemaakt van veranderingen in sleutelgegevens (zoals NAW-gegevens, gegevens over bestuurders, en aandeelhouders) van BV’s aan de hand van risicoprofielen, waarmee misbruik gedetecteerd kan worden.
Naast de vereisten die worden gesteld aan de oprichting van BV’s, is het vereiste van een notariële akte bij een aandelenoverdracht via artikel 2:196 lid 1 BW ook een vorm van misbruikbestrijding.
Zoals reeds beschreven in de paragrafen 3.4.1 en 3.4.2, zijn ook de bepalingen omtrent de dwingende ontbindingen door de Kamer van Koophandel (artikel 2:19a BW) en door de rechtbank (artikel 2:21 en 2:185 BW) gericht tegen misbruik van BV’s.
Bovendien is er de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, welke is gericht tegen oneigenlijk gebruik van formeel buitenlandse kapitaalvennootschappen.