Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.3.1:12.3.1 Inleiding: mededelingsplicht als drempel voor bewijslevering
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.3.1
12.3.1 Inleiding: mededelingsplicht als drempel voor bewijslevering
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940778:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 12.2.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in de voorgaande paragraaf behandelde mededelingsplicht werpt voor de inspecteur als het ware een drempel op in het kader van de bewijsvoering. Hij moet de aard en reden van de beschuldiging, tijdig en in bijzonderheden, aan de boeteling mededelen. Pas nadat hij deze drempel gepasseerd is, wordt de inspecteur toegelaten tot het daadwerkelijk leveren van bewijs. De mededelingsplicht is in feite een verbijzondering van de stelplicht van de inspecteur ter zake van de centrale stellingen. In afwijking van de reguliere stelplicht moet de inspecteur deze bijzondere stelplicht spontaan invullen door zowel de juridische als de feitelijke grondslag uiterlijk ten tijde van de boeteoplegging bekend te maken. Slechts wanneer de inspecteur zijn stelplicht tijdig jegens de boeteling heeft vervuld, komt hij aan de eigenlijke bewijslevering (aan de hand van bewijsmiddelen) toe.1 De inhoudelijke vereisten van de mededelingsplicht werken vervolgens door in de bewijslevering. De medegedeelde aard en reden bepalen immers voor het vervolg van de procedure welke feiten en omstandigheden de inspecteur moet bewijzen.
De in het vervolg van deze paragraaf te behandelen onderwerpen betreffen de daadwerkelijke bewijslevering. Deze onderwerpen komen dus pas aan de orde nadat de drempel van de behoorlijke mededeling is gepasseerd.