Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.2.2.1
4.2.2.1 Verzaking natrekking
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS617275:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In het Belgische recht wordt dit ook wel 'aanvullend recht' genoemd.
Sagaert 2004, p. 1360.
Dit dient een authentieke akte te zijn of een onderhandse akte met vaste dagtekening, zie Van Sinay 1996, p. 347. Het afstand doen van natrekking dient te berusten op een ondubbelzinnige en zekere wilsuitdrukking van degene die afstand doet, aldus Devos en Martens 2004, p. 200. Deze akte dient ingeschreven te worden wil deze akte tegen derden ingeroepen kunnen worden. Tussen partijen zullen echter ook zonder deze overschrijving op het hypotheekkantoor de door de opstalhouder opgerichte gebouwen aan hem toebehoren, aldus Rb. Hasselt 23 oktober 2000, T.B.B.R. 2001, 324.
Rb. Brussel, 26 oktober 2001, TFR 2002, 421, m.n. J. van In.
Van Sinay 1996 p. 347. Overigens kan het recht van opstal later worden vastgesteld door middel van een notariële akte. Dit wordt 'regularisatie' genoemd.
Derine, Van Neste en Vandenberghe 1974, p. 1029 en Dekkers-Dirix 2005, p. 152.
In artikel 555 BW zou ook uitdrukkelijk geregeld zijn dat achteraf van de natrekking afgezien kan worden (bijvoorbeeld het recht van de grondeigenaar om het gebouwde te laten verwijderen). De grondeigenaar is derhalve reeds eigenaar van het gebouwde (hij kan het gebouwde `behouden'), maar heeft ook het recht het gebouwde te laten afbreken, aldus Derine, Van Neste en Vandenberghe 1974, p. 1029.
Aldus Van Sinay 1996, p. 342 en Vandenberghe 2006, p. 148.
Vermeir 2009, p. 145.
Sagaert 2004, p. 1391.
Cass. 19 mei 1988, Arr.Cass., 1987-88, 1230.
Over de vraag of een opstalrecht op ondergrondse leidingen kan worden gevestigd, bestaan uiteenlopende meningen. Voor een overzicht verwijs ik naar de bijdrage van Sagaert 2007, p. 21 e.v.
Dit is vastgesteld in de Opstalwet van 1824 en bij afstand van natrekking vastgesteld in Cass. 15 september 1988, Arr.Cass. 1988-89, 60.
Dekkers-Dirix 2005, p. 288.
Artikel 4 Opstalwet.
Met betrekking tot (de eigendom van) leidingen geldt in beginsel het algemene uitgangspunt en dat is dat door verticale natrekking de eigenaar van de grond ook als eigenaar van de daarin gelegen leiding wordt beschouwd. De regeling met betrekking tot de verticale natrekking is in het Belgische recht echter van regelend recht;1partijen kunnen dus anders bepalen.2 De grondeigenaar kan 'afstand doen van de natrekking'. Dit houdt in dat hij met de derde contractueel kan overeenkomen dat de eigendom van de leidingen wordt afgesplitst van de eigendom van de grond. Door middel van een akte3 van afstand van natrekking kan de grondeigenaar afstand van de eigendom (van het aangebrachte) doen wanneer een derde gerechtigd is op zijn grond te bouwen of in zijn grond een werk aanbrengt. Evenwel volgt uit de rechtspraak4 dat bij gebreke van een geschrift met vaste datum, partijen nog kunnen bewijzen dat er een verzaking aan het recht van natrekking heeft plaatsgevonden door de grondeigenaar ten voordele van de bouwer. Er dienen voldoende bewijzen aanwezig te zijn die aantonen dat partijen van het begin af aan de intentie hebben gehad om een recht van opstal tot stand te brengen, zoals een bouwvergunning op naam van de bouwer, facturen op zijn naam e.d.5
Er bestaat een discussie over de vraag of natrekking onmiddellijke werking heeft en auteurs6 die aannemen dat natrekking onmiddellijke werking heeft, menen dat de grondeigenaar alleen achterafkan afzien van de natrekking7 In de huidige rechtsleer wordt vrij algemeen aangenomen dat de effecten van natrekking niet onmiddellijk werken.8 Dientengevolge zou tijdens de duur van het eigendomsconflict de bouwer eigenaar blijven van de door hem opgerichte gebouwen. Het afzien van de natrekking kan gelijkgesteld worden met het 'recht van gebruik' in de zin van artikel 625 BBW, aldus Vermeir.9 Sagaert stelt dat het niet vereist is dat de overeenkomst (tot afstand van natrekking: BJ) uitdrukkelijk bepaalt dat degene die leidingen aanlegt, ook een opstalrecht verkrijgt aangezien dit recht van opstal van rechtswege voortvloeit uit het recht om op privégrond te mogen bouwen.10 Volgens het Hof van Cassatie11 houdt afstand van natrekking noodzakelijkerwijs het verlenen van een opstalrecht in. Dientengevolge zal degene die een net of leiding in de grond van een ander aanlegt, waarbij de grondeigenaar afstand van natrekking doet, eigenaar zijn van de aangelegde leiding op basis van het opstalrecht.12 Dit opstalrecht is in duur beperkt tot 50 jaar .13 De termijn van het opstalrecht kan vernieuwd worden (artikel 4 Opstalwet). Deze vernieuwing dient plaats te vinden vóór het verstrijken van de termijn. Hernieuwing van de termijn kan een onbepaald aantal keren plaatsvinden.14 In het geval de overeenkomst tussen de grondeigenaar en het nutsbedrijf niets bepaalt over het wegnemen van de leidingen, dan zijn de bepalingen van de Opstalwet15 van toepassing.