Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.3.4
4.3.4 Het Hooggerechtshof grijpt niet in
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233581:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. U.S. Supreme Court 9 november 1970, 400 U.S. 886 (Massachusetts v. Laird), 891-899 (Douglas, J., dissenting). Vgl. ook Rotunda en Nowak 2012, p. 470-472; Breyer 2016, p. 22; Shane, Bruff en Kinkopf 2018, p. 1047-1051.
Skinner 2014, p. 465, met verdere verwijzingen: ‘In fact, there are numerous reasons why the Supreme Court might not grant certiorari for a case even where there has been clear error. Because of these numerous reasons […] nothing can or should be read into the Court’s refusal of certiorari in these cases.’
Vgl. ook Cohen 2017, p. 14-15: ‘[T]he lower courts read the first Baker factor very broadly, finding the overall conduct of foreign policy textually committed by the Constitution to the political branches. They combined this finding with a heavy reliance on the more prudential Baker factors – the need for a policy judgment, concerns of embarrassing the other branches, concerns about finality, and the importance of the United States speaking with one voice – to simply avoid complicated foreign relations and national security cases. […] The Supreme Court, for its part, ignored this trend more than it encouraged it.’ Vgl. ook Bickel 1961.
Hoewel om de hiervoor genoemde redenen vraagtekens kunnen worden gezet bij de ruime toepassing van de political question-doctrine door lagere rechters, moet tegelijkertijd worden vastgesteld dat het Hooggerechtshof in de hiervoor besproken zaken – afgezien van de zaken over klimaatverandering – heeft geweigerd een daartegen ingesteld beroep in behandeling te nemen. Ook in de eerder bedoelde zaken over de oorlog in Vietnam, waarin de lagere rechter met een beroep op de doctrine van een inhoudelijke beoordeling afzag, heeft het Hof de boot steeds afgehouden.1 Daarmee is duidelijk dat het Hof geen aanleiding heeft gezien om in te grijpen en de door lagere rechters gevolgde benadering te corrigeren.
Het gaat echter te ver om dit zonder meer te beschouwen als een bevestiging van deze benadering. In de literatuur wordt aangenomen dat het Hof om uiteenlopende redenen kan besluiten om zaken niet in behandeling te nemen.2 Met de weigering van het Hof om de in dit hoofdstuk besproken zaken in behandeling te nemen, is daarom nog niet gezegd dat het deze benadering van lagere rechters onderschrijft.3 Tegelijkertijd heeft deze weigering wel tot gevolg dat de benadering van lagere rechters nog altijd als uitgangspunt heeft te gelden.